Overkoepelend dossier
De uitgang is vol
Waarom mensen in Nederland niet alleen wachten om ergens binnen te komen, maar
vooral vastzitten omdat zij nergens meer naartoe kunnen.
1
Terug naar document ↑Overkoepelend dossier 1
De uitgang is vol 1
1. Eén ontbrekende woning blokkeert meerdere systemen 5
Artikeltitel 5
Het duurste woningtekort zit niet op de woningmarkt 5
Ondertitel 5
Personen voor één gecombineerde reportage 6
2. Het gezin wordt de onzichtbare noodvoorziening van Nederland 7
Artikeltitel 7
Wie nergens terechtkan, komt bij iemand thuis terecht 7
Ondertitel 7
De diepere verbinding 8
3. De hervorming creëert oude en nieuwe wachtenden 8
Artikeltitel 8
Wie gisteren kwam, wacht langer dan wie vandaag aankomt 8
Ondertitel 8
Centrale analysevraag 9
4. Wachten is geen lege tijd 9
Artikeltitel 9
De schade ontstaat voordat de beslissing valt 10
Ondertitel 10
Een menselijke combinatie 10
5. De overheid verplaatst risico naar degene met de kleinste buffer 11
Artikeltitel 11
Iedereen wacht even lang, maar niet iedereen kan even lang wachten 11
Ondertitel 11
6. De openbare-ordecrisis begint soms als zorg- of wooncrisis 12
Artikeltitel 12
Wanneer de juiste plek ontbreekt, wordt een mens een veiligheidsprobleem 12
Ondertitel 12
7. Het recht bestaat, maar de persoon die het moet uitvoeren ontbreekt 13
Artikeltitel 13
Een rechter wees bescherming toe — daarna begon de wachtlijst 13
Ondertitel 13
Diepere verbinding met je hoofdartikel 14
Rechten zonder drager 14
8. De gemeente wordt het verzamelpunt van nationale tekorten 15
Artikeltitel 15
Alles eindigt bij dezelfde gemeente 15
Ondertitel 15
9. De energietransitie verplaatst verantwoordelijkheid naar het huishouden 16
2
Terug naar document ↑ Artikeltitel 16
Van het gas af, maar eerst drie jaar wachten 16
Ondertitel 16
Nieuwe centrale structuur voor de hele serie 17
Beste nieuwe hoofdartikel 18
Nederland zonder uitgangen 18
Ondertitel 18
Openingspassage 18
Hoofdartikel 19
Wie bestuurt de gesloten instelling: de wet, de behandelaar of het rooster? 19
Ondertitel 19
De omvang van het gesloten systeem 19
1. Hoe het systeem zich vormt 20
2. Hoeveel vrijheid hebben medewerkers? 21
Formele beslissingsvrijheid 21
Professionele beslissingsruimte 22
Feitelijke handelingsruimte 22
3. Gevangenissen: toenemende bezetting, minder operationele ruimte 22
PI Sittard: vrijheid om intern problemen te melden 23
4. Tbs: meer patiënten, maar minder toegang tot behandeling 23
Oostvaarderskliniek: minimumbezetting is niet hetzelfde als voldoende ruimte 24
De Kijvelanden: consistentie is zelf een veiligheidsmiddel 25
5. Gesloten psychiatrie: tijdelijke medewerkers veranderen de behandeling 25
Toenemende verplichte zorg 26
6. Justitiële jeugdinrichtingen: wanneer behandeling plaatsmaakt voor kameruren 26
7. JeugdzorgPlus: juridische ruimte voor individuele afweging, praktische groepsregels
27
8. Hoeveel verslechtert het systeem? 28
9. De diepste systeemverbinding 29
Definitieve reportagevorm 29
Het rooster beslist 29
Ondertitel 29
Systematisch doelbewust opgezet 30
Hoeveel hulpvragen worden er gedaan bij de politie? en hoe vaak wordt daar op
ingegaan en naar gehandeld? en wat zijn de legale regelingen voor wanneer iemand
hulp krijgt 30
De politie als laatste loket van de verzorgingsstaat 30
Wat we wél weten 31
Hoe vaak komt de politie werkelijk? 32
Wat gebeurt er ná de melding? 33
1. Een gewone melding 33
3
Terug naar document ↑ 2. Een aangifte 33
3. Een zorgvraag 34
4. Huiselijk geweld en kindermishandeling 34
Wanneer heeft iemand juridisch recht op politiehulp? 35
De algemene politietaak 35
Verplichte psychiatrische hulp 35
Tijdelijk huisverbod 36
Klagen wanneer de politie niet handelt 36
De extreemste patronen 36
1. Bijna 170.000 incidenten met onbegrepen gedrag 36
2. Het profiel is niet alleen psychiatrisch 36
3. Zorgvragen nemen meetbare politiecapaciteit over 37
4. Zorg en geweld raken elkaar 37
5. De politie is de grootste ingang naar Veilig Thuis 37
6. Tienduizenden digitale misbruiksignalen 38
Geschiedenis: hoe zorg een politiecategorie werd 38
Cultuur: wanneer zichtbare ontregeling als veiligheid wordt verwerkt 39
Geld: besparing op één plaats wordt uitgave op een andere 40
De diepste systeemverbinding 41
Sterk Meridian-dossier 42
Wie hulp vraagt, krijgt eerst een categorie 42
Ondertitel 42
Hoe zit het met de kinderen in de catorgorie van huiselijk geweld, hoeveel daarvan
werden de kinderen behandeld en hoeveel de ouders/? 43
Wat er over 2025 wel bekend is 43
Hoeveel casussen gingen richting hulp voor kinderen? 44
Hoeveel ouders kregen hulp? 44
De nauwkeurigste conclusie 45
4
Terug naar document ↑De diepere verbinding in het bestaande dossier is niet alleen schaarste, maar vooral dat veel
Nederlandse systemen hun problemen niet meer binnen het eigen systeem kunnen oplossen en
de gevolgen daarom doorschuiven naar een andere plek: een instelling, gemeente, gezin,
woning, opvanglocatie of uiteindelijk de openbare ruimte. Dat bouwt direct voort op je eerdere
structuur van recht → onvoldoende capaciteit → prioritering → wachttijd → verplaatsing
van druk.
De sterkste nieuwe conclusie is dat veel systemen niet primair vastlopen bij de instroom, maar
bij de uitstroom. Een patiënt kan uitbehandeld zijn, een statushouder kan een
verblijfsvergunning hebben, een dakloze ouder kan klaar zijn voor zelfstandig wonen en een
jongere kan een beschermde plek nodig hebben, maar zolang de volgende woning, zorgplek,
pleegouder of begeleider ontbreekt, blijft de eerdere voorziening bezet. De wachtrij ontstaat dan
niet doordat er alleen te veel mensen binnenkomen, maar doordat mensen die het systeem
zouden kunnen verlaten nergens kunnen worden opgenomen.
1. Eén ontbrekende woning blokkeert
meerdere systemen
Artikeltitel
Het duurste woningtekort zit niet op de
woningmarkt
Ondertitel
Een ontbrekende woning houdt niet alleen een gezin dakloos, maar kan tegelijkertijd een
opvangplek, zorgbed, tbs-plaats of gevangeniscel bezet houden.
Dit is waarschijnlijk de diepste verbinding voor Meridian. Een woning is niet alleen het
eindproduct van volkshuisvesting, maar de noodzakelijke uitgang van opvang, jeugdzorg,
geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg en asielopvang.
De gevolgen worden zichtbaar bij zeer verschillende mensen:
5
Terug naar document ↑ ● In verschillende steden leven moeders en kinderen zonder vaste woonplek, soms
wisselend bij kennissen of zelfs in een kelderbox, terwijl de kinderen gewoon naar
school gaan en hun dakloosheid daar niet altijd bekend is. (EenVandaag)
● Andries is al jaren uitbehandeld in een tbs-kliniek, maar wacht inmiddels ongeveer 7,5
jaar op een minder beveiligde vervolgplek. Zijn behandelaars hebben volgens de NOS
ongeveer zestig instellingen benaderd, maar geen daarvan wilde hem opnemen. Zijn
huidige plek kan daardoor niet gebruikt worden voor iemand die nog in de gevangenis
op tbs-behandeling wacht. (NOS)
● In de tbs-keten wachten inmiddels 261 mensen in een gevangenis op behandeling,
tegenover 45 in 2020. Een belangrijke oorzaak is dat uitbehandelde patiënten niet
kunnen doorstromen naar beveiligd wonen, reguliere zorg of passende huisvesting.
(NOS)
● In de maatschappelijke opvang belanden steeds vaker mensen met zware
psychiatrische problemen omdat er geen passende klinische of beschermde woonplek
beschikbaar is. Daardoor moeten opvangmedewerkers situaties opvangen waarvoor de
voorziening niet is ingericht, terwijl mensen bij weigering of escalatie op straat terecht
kunnen komen. (NOS)
De systeemketen is:
geen vervolgplek
→ langer verblijf in zware voorziening
→ minder plaats voor nieuwe cliënten
→ wachtrij bij de ingang
→ noodopvang of verblijf op straat
→ meer druk op politie, gemeente en omwonenden
Het woningtekort verschijnt daardoor op verschillende begrotingen onder andere namen.
Binnen wonen heet het schaarste, binnen de ggz heet het geblokkeerde doorstroom, binnen
justitie heet het capaciteitsgebrek, binnen asiel heet het tekort aan opvangplaatsen en op straat
heet het overlast of verward gedrag. Materieel kan het echter om dezelfde ontbrekende
mogelijkheid gaan: een plaats waar iemand duurzaam verder kan leven.
Personen voor één gecombineerde reportage
Je kunt het artikel rond drie levens volgen:
1. Een moeder met kinderen zonder vaste woning, die volgens formele registraties
misschien niet voortdurend op straat slaapt, maar feitelijk geen eigen woonplek heeft.
2. Andries, die geen intensieve behandeling meer nodig heeft maar toch in een
hoogbeveiligde kliniek blijft.
3. Een bewoner van een daklozenopvang met psychiatrische problemen, die niet in de
juiste zorg terechtkan en daardoor zowel zichzelf, andere bewoners als medewerkers
onder druk zet.
6
Terug naar document ↑Het artikel laat vervolgens zien dat zij geen afzonderlijke dossiers zijn. Zij wachten op
verschillende varianten van dezelfde ontbrekende infrastructuur: een passende, betaalbare en
geaccepteerde verblijfplaats.
2. Het gezin wordt de onzichtbare
noodvoorziening van Nederland
Artikeltitel
Wie nergens terechtkan, komt bij iemand
thuis terecht
Ondertitel
Hoe wachtlijsten worden opgevangen door ouders, partners, vrienden en kinderen —
totdat ook die relaties vastlopen.
Wanneer een publiek systeem geen plaats heeft, verdwijnt de behoefte niet. Zij wordt tijdelijk
opgenomen door particuliere relaties. Volwassen kinderen blijven bij ouders wonen, gescheiden
ouders slapen bij familie, dakloze mensen wisselen tussen banken, zieken zijn afhankelijk van
partners en mensen die op een uitkering wachten gebruiken spaargeld of lenen geld.
De overheid registreert vaak alleen de plaats waar iemand formeel verblijft. Daardoor kan de
werkelijke druk onzichtbaar blijven. Iemand die afwisselend bij vrienden en familie slaapt, bezet
geen opvangbed en verschijnt niet noodzakelijk als straatdakloos, maar gebruikt wel de
woonruimte, privacy, financiële middelen en emotionele draagkracht van anderen.
Bij de door EenVandaag gesproken moeders ontstond dakloosheid nadat relaties eindigden of
verblijf bij familie en vrienden niet langer houdbaar was. Hun probleem begon dus niet op het
moment dat zij geen gebouw meer hadden, maar toen de informele opvangstructuur om hen
heen uitgeput raakte. (EenVandaag)
Ook oudere voorbeelden van dakloze jongeren laten dezelfde structuur zien: jongeren die na
jeugdzorg of een conflict thuis formeel volwassen zijn, maar nog geen woning, inkomen of
stabiel netwerk hebben, bewegen tussen kennissen, partners, opvang en straat. In
verschillende gevallen leidde afhankelijkheid van een partner of tijdelijk adres juist tot nieuwe
onveiligheid. (Over NOS)
7
Terug naar document ↑De diepere verbinding
Mijn analyse is dat hier een schaduwinfrastructuur ontstaat:
publieke wachttijd
→ tijdelijke opvang door privérelatie
→ kosten en risico buiten publieke administratie
→ overbelasting of conflict
→ alsnog beroep op zwaardere publieke hulp
Het systeem lijkt gedurende de eerste fase capaciteit te besparen, omdat iemand nog bij familie
of vrienden verblijft. In werkelijkheid wordt de capaciteit geleverd door huishoudens die daar niet
voor zijn ingericht of gefinancierd. Zodra die oplossing breekt, is het probleem vaak groter
geworden: relaties zijn beschadigd, schulden zijn gegroeid, kinderen zijn instabiel gehuisvest of
psychische klachten zijn verergerd.
Een sterke vraag voor lezers is daarom niet alleen:
Heb je zelf op een wachtlijst gestaan?
maar:
Heb jij tijdelijk iemand opgevangen omdat er nergens een passende publieke plek
beschikbaar was, en wat veranderde daardoor in jouw eigen huishouden?
3. De hervorming creëert oude en nieuwe
wachtenden
Artikeltitel
Wie gisteren kwam, wacht langer dan wie
vandaag aankomt
Ondertitel
Hoe nieuwe regels bestaande achterstanden soms niet oplossen, maar achter een
nieuwe rij plaatsen.
8
Terug naar document ↑De invoering van het Europese migratiepact laat deze structuur bijzonder duidelijk zien. Nieuwe
asielaanvragen sinds 12 juni worden met prioriteit behandeld om de nieuwe Europese termijnen
te halen. Daardoor krijgen ongeveer 54.000 eerdere aanvragen minder prioriteit, ook wanneer
mensen al jaren wachten. (NOS)
Bushra Youssef uit Syrië wachtte op 20 juni al bijna drie jaar op een beslissing. De onzekerheid
beïnvloedt niet alleen haar verblijfsstatus, maar ook de vraag of zij verder moet investeren in de
Nederlandse taal, opleiding en een toekomst in Nederland. (NOS)
De formele reden is begrijpelijk: wanneer alle capaciteit uitsluitend naar de oude achterstand
gaat, begint het nieuwe systeem onmiddellijk met een nieuwe achterstand. Maar voor mensen
in de oude groep ontstaat een andere werkelijkheid: een hervorming die procedures sneller
moet maken, verlengt mogelijk juist hun persoonlijke wachttijd.
Dezelfde structuur bestaat in mildere vorm bij andere systemen:
nieuw prioriteitskader
→ nieuwe aanvragen moeten aan nieuwe norm voldoen
→ capaciteit wordt naar nieuwe categorie verplaatst
→ oude gevallen behouden formeel hun recht
→ feitelijke uitvoering wordt verder uitgesteld
Dit biedt een groter artikel dan alleen asiel. Je kunt onderzoeken hoe vaak
overheidsvernieuwingen een knipdatum invoeren waardoor mensen met vrijwel dezelfde
behoefte verschillende behandeling krijgen omdat zij vlak vóór of na een beleidsdatum zijn
begonnen.
Centrale analysevraag
Wanneer is het gerechtvaardigd om een nieuw systeem goed te laten functioneren
door de bestaande wachtenden langer in het oude systeem vast te houden?
Hierdoor wordt het geen eenvoudig artikel vóór of tegen migratiebeleid. Het gaat over hoe
staten tijdens een overgang tussen twee systemen de kosten verdelen over mensen die
nauwelijks invloed hadden op het moment waarop hun probleem ontstond.
4. Wachten is geen lege tijd
Artikeltitel
9
Terug naar document ↑De schade ontstaat voordat de beslissing
valt
Ondertitel
Waarom een wachtlijst niet alleen hulp uitstelt, maar ondertussen gedrag, gezondheid,
relaties en toekomstkeuzes verandert.
Wachttijd wordt bestuurlijk meestal als een hoeveelheid dagen, maanden of jaren geregistreerd.
Voor degene die wacht is het echter een toestand waarin belangrijke beslissingen niet
verantwoord genomen kunnen worden.
Bushra weet niet of zij verder moet investeren in taal en toekomst in Nederland. Pieter en Aaltje
zien hun woningverbouwing maandenlang vastlopen omdat hun zwaardere stroomaansluiting
pas in juni 2027 zou kunnen worden aangelegd, terwijl zij hun huis juist wilden verduurzamen.
(NOS)
Bij de WIA-hersteloperatie weten tienduizenden mensen niet of hun maandbedrag correct is en
of hun uitkering later stijgt, daalt of gelijk blijft. UWV zegt dat de onderzoeken tot eind 2027
kunnen duren. De eerste cliënten krijgen vanaf de zomer van 2026 duidelijkheid, maar de
volledige operatie neemt langer in beslag. (UWV)
UWV probeert te voorkomen dat herstelbetalingen vervolgens tot lagere huur- of zorgtoeslag
leiden door de vergoeding buiten het belastbaar inkomen te houden. Dat laat zien dat een fout
niet binnen één regeling blijft: een correctie van de WIA kan zonder aangepaste regels opnieuw
schade veroorzaken binnen het toeslagenstelsel. (Rijksoverheid)
De diepere keten is:
onzekerheid over besluit
→ geen stabiele basis voor planning
→ uitstel van wonen, werk, opleiding of investering
→ grotere afhankelijkheid van tijdelijke oplossingen
→ mogelijk hogere schade wanneer de beslissing eindelijk valt
De verborgen schade is dus niet alleen wat iemand te laat ontvangt, maar wat tijdens de
onzekerheid niet kon worden opgebouwd.
Een menselijke combinatie
● Bushra: kan geen definitieve toekomst opbouwen.
● Pieter en Aaltje: kunnen hun woningverbouwing niet afronden.
● Een WIA-gerechtigde: weet niet welk inkomen structureel beschikbaar blijft.
10
Terug naar document ↑ ● Andries: kan geen volgende levensfase beginnen, hoewel de behandeling al lang is
afgerond.
Het artikel gaat dan niet over vier soorten wachtrijen, maar over de vraag wat langdurige
institutionele onzekerheid met het vermogen doet om een eigen leven te organiseren.
5. De overheid verplaatst risico naar
degene met de kleinste buffer
Artikeltitel
Iedereen wacht even lang, maar niet
iedereen kan even lang wachten
Ondertitel
Waarom dezelfde vertraging voor de ene persoon ongemak betekent en voor de andere
dakloosheid, schulden of verlies van gezondheid.
Een wachtlijst lijkt formeel gelijk wanneer mensen op aanvraagdatum of categorie worden
gerangschikt. De feitelijke gevolgen verschillen echter sterk. Iemand met spaargeld, een
logeerkamer bij ouders, een flexibele werkgever of een bestaande woning kan een vertraging
opvangen. Iemand zonder buffer kan door dezelfde vertraging direct een ander systeem
binnenvallen.
De moeders zonder woonplek zijn hiervan een direct voorbeeld: zodra familie of kennissen
geen plaats meer kunnen bieden, bestaat niet automatisch een passende publieke opvangplek.
(EenVandaag)
Ook bij stroomaansluitingen verschilt de impact. Liander meldde begin juni dat ongeveer 7.300
huishoudens en kleinzakelijke klanten langer wachten dan gewenst en dat wachttijden lokaal tot
drie jaar kunnen oplopen. Voor iemand die alleen een laadpaal wil, is dat een beperking; voor
iemand die midden in een verbouwing zit of een nieuwe woning moet opleveren, kan hetzelfde
probleem het gehele project stilleggen. (Liander)
11
Terug naar document ↑In de maatschappelijke opvang kan het ontbreken van passende ggz-zorg ertoe leiden dat
iemand op straat komt, terwijl een ander met familie, geld of particuliere zorg de wachttijd buiten
de opvang kan overbruggen. (NOS)
De structurele formule is:
gelijke formele wachttijd + ongelijke persoonlijke buffer = ongelijke feitelijke schade
Dit maakt “wie staat eerst?” niet de enige rechtvaardigheidsvraag. Een tweede vraag is:
Wie loopt tijdens het wachten het grootste risico om zijn woning, inkomen,
veiligheid, behandeling of sociale netwerk te verliezen?
6. De openbare-ordecrisis begint soms als
zorg- of wooncrisis
Artikeltitel
Wanneer de juiste plek ontbreekt, wordt
een mens een veiligheidsprobleem
Ondertitel
Hoe tekorten in zorg en wonen uiteindelijk zichtbaar worden als incidenten, overlast en
politie-inzet.
In maatschappelijke opvanglocaties komen steeds vaker mensen terecht met zwaardere
psychiatrische problemen dan de voorzieningen aankunnen. In 2025 registreerde de politie
ongeveer 170.000 meldingen rond personen met onbegrepen of verward gedrag, 13 procent
meer dan een jaar eerder. Zorg- en opvangorganisaties leggen een verbinding met tekorten in
klinische ggz, beschermd wonen en specifieke woonvormen. (NOS)
De persoon verandert daarbij niet plotseling van zorgvrager in veiligheidsrisico. De bestuurlijke
categorie verandert omdat de eerdere voorziening ontbreekt of vastloopt:
zorgbehoefte
→ geen passende zorgplek
12
Terug naar document ↑→ verblijf in lichtere opvang of op straat
→ escalatie
→ politie-inzet
→ registratie als openbare-ordeprobleem
In Ter Apel zie je een vergelijkbare verplaatsing op groepsniveau. Door het landelijke tekort aan
opvangplekken konden nieuwe aanmelders niet allemaal binnen worden opgevangen en
verbleven mensen op het voorterrein. Na opstootjes, intimidatie en twee steekincidenten werd
het gebied aangewezen als veiligheidsrisicogebied, werden camera’s en extra beveiliging
ingezet en kwam er dagopvang in een voormalig gebouw. De regering benadrukte zelf dat deze
maatregelen de onderliggende tekorten niet oplossen. (Rijksoverheid)
De reportage moet beide kanten tonen:
● de persoon die geen passende plek krijgt;
● de hulpverlener die buiten zijn expertise moet handelen;
● de omwonende die reële overlast ervaart;
● de politie die het eindpunt van een eerdere capaciteitsketen wordt.
Daarmee voorkom je dat het artikel het probleem óf uitsluitend als falende zorg óf uitsluitend als
overlast presenteert. Het onderzoekt hoe het ene systeemprobleem in een andere institutionele
categorie terechtkomt.
7. Het recht bestaat, maar de persoon die
het moet uitvoeren ontbreekt
Artikeltitel
Een rechter wees bescherming toe —
daarna begon de wachtlijst
Ondertitel
Ruim tweehonderd kinderen hebben recht op een vaste voogd, maar hebben die door
personeelstekorten niet.
13
Terug naar document ↑In juli bleek dat ruim tweehonderd kinderen bij wie het ouderlijk gezag door de rechter is
beëindigd geen vaste voogd hebben. Het gaat om kinderen die juist niet veilig bij hun ouders
kunnen opgroeien en voor wie iemand belangrijke beslissingen moet nemen en de veiligheid
moet bewaken. (NOS)
De inspecties constateren breder dat jeugdbeschermingsorganisaties wettelijke termijnen
overschrijden door personeelstekorten en het ontbreken van passende hulp. Een tijdelijke
werkwijze met wacht- en doorstroomlijsten is in delen van het stelsel een structurele praktijk
geworden. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Tegelijkertijd daalt het aantal beschikbare pleegouders. Volgens recente cijfers die EenVandaag
aanhaalt, nam het aantal pleegouders af van ruim 17.000 in 2021 tot ongeveer 13.000 in 2025,
terwijl honderden kinderen op een passende plek wachten. Pleegmoeder Miriam Frijns, die
tientallen kinderen tijdelijk heeft opgevangen, waarschuwt dat te veel kinderen geen veilig thuis
vinden. (EenVandaag)
Hier ontstaat een driedubbele wachtrij:
rechterlijk besluit
→ wachten op vaste professional
→ wachten op passende hulp
→ wachten op veilige woon- of pleegplek
Het recht is juridisch vastgesteld, maar voor de uitvoering zijn drie verschillende soorten
capaciteit nodig: personeel, behandeling en verblijf. Ontbreekt één van de drie, dan blijft de
bescherming onvolledig.
Diepere verbinding met je hoofdartikel
Bij de WIA wacht iemand op een correcte berekening. Bij asiel wacht iemand op een besluit. Bij
het stroomnet wacht iemand op fysieke aansluiting. Bij jeugdbescherming bestaat het besluit al,
maar ontbreekt degene die het in de werkelijkheid moet uitvoeren.
Dat levert een sterke algemene categorie op:
Rechten zonder drager
Een recht heeft pas feitelijke werking wanneer er ook een medewerker, woning, kabel, zorgbed,
pleegouder of instelling bestaat die het kan uitvoeren.
14
Terug naar document ↑8. De gemeente wordt het verzamelpunt
van nationale tekorten
Artikeltitel
Alles eindigt bij dezelfde gemeente
Ondertitel
Woningen, asielopvang, jeugdzorg, beschermd wonen, stroominfrastructuur en openbare
orde worden nationaal besloten, maar lokaal tegelijk uitgevoerd.
Gemeenten moeten opvangplaatsen realiseren onder de Spreidingswet, statushouders en
andere urgente groepen huisvesten, lokale jeugdzorg en bescherming organiseren, meewerken
aan beschermd en forensisch wonen en ruimte vinden voor energie-infrastructuur en
woningbouw. Sinds juli zijn gemeenten die hun opvangtaak niet uitvoeren verder op de
interventieladder geplaatst en uitgenodigd voor bestuurlijke gesprekken met het Rijk.
(Rijksoverheid)
De nieuwe strategie voor kind- en gezinsbescherming verlangt tegelijkertijd dat lokale teams
meer verantwoordelijkheid nemen, eerder samenwerken met zorg- en veiligheidspartners en
gezinnen één vast aanspreekpunt bieden. (Rijksoverheid)
Tbs Nederland wijst erop dat gemeenten soms terughoudend zijn met forensische
woonvoorzieningen, mede omdat zij al geconfronteerd worden met azc’s, woningnood en
andere lokale problemen. (NOS)
Mijn analyse is dat hierdoor een bestuurlijke samenloop ontstaat:
ieder nationaal dossier heeft een afzonderlijke wettelijke logica
→ iedere uitvoering vraagt lokaal grond, personeel, geld en draagvlak
→ de afzonderlijke nationale prioriteiten concurreren binnen dezelfde gemeente
→ lokaal verzet wordt per dossier uitgelegd
→ de gezamenlijke capaciteitsdruk blijft buiten beeld
Een gemeente kan dus niet simpelweg “tegen opvang”, “tegen woningbouw” of “tegen een
zorgvoorziening” zijn. Zij kan ook meerdere wettelijke taken tegelijk hebben waarvoor dezelfde
schaarse grond, medewerkers, woningen en politieke legitimiteit nodig zijn.
Dit artikel moet een enkele gemeente volgen en in kaart brengen hoeveel nationale opdrachten
daar tegelijkertijd landen:
15
Terug naar document ↑ ● opvangplekken;
● sociale en urgente woningen;
● beschermd wonen;
● jeugdbescherming;
● energienetten;
● scholen en zorg;
● handhaving en openbare orde.
Dan wordt zichtbaar dat landelijke systemen lokaal niet naast elkaar bestaan, maar op dezelfde
middelen drukken.
9. De energietransitie verplaatst
verantwoordelijkheid naar het huishouden
Artikeltitel
Van het gas af, maar eerst drie jaar
wachten
Ondertitel
De overheid stimuleert elektrificatie, terwijl huishoudens steeds vaker zelf moeten
uitzoeken of hun woning, aansluiting en gebruikspatroon het netwerk nog aankunnen.
Sinds 1 juli kunnen ook huishoudens en kleine bedrijven in gebieden met netcongestie op een
wachtlijst komen voor een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting. Maatschappelijk belangrijke
aanvragen krijgen voorrang, terwijl andere aanvragen afhankelijk zijn van lokale capaciteit.
(Rijksoverheid)
Pieter en Aaltje liepen hierdoor vast in een verbouwing. Hoewel er volgens hun informatie
voldoende capaciteit in de omgeving was, moesten zij tot juni 2027 wachten, waardoor zij naar
eigen zeggen langdurig “in de rommel” bleven zitten terwijl zij hun woning juist van het gas
wilden halen. (Radar)
Liander meldt dat ongeveer 7.300 klanten langer dan gewenst wachten en dat de wachttijd
lokaal tot drie jaar kan oplopen. Tegelijk benadrukken netbeheerders dat een zwaardere
16
Terug naar document ↑aansluiting niet altijd noodzakelijk is en dat huishoudens apparaten buiten piekuren kunnen
gebruiken of hun plannen technisch moeten aanpassen. (Liander)
De diepere verandering is:
collectieve klimaatdoelstelling
→ onvoldoende collectieve infrastructuur
→ individuele aanvraag wordt geweigerd of vertraagd
→ huishouden moet verbruik, technologie of verbouwing aanpassen
Daarmee wordt de burger niet alleen gebruiker van infrastructuur, maar ook medebeheerder
van netcapaciteit. Mensen moeten leren wanneer zij wassen, laden en verwarmen, welke
apparaten tegelijk mogen draaien en of een geplande verduurzaming binnen hun bestaande
aansluiting past.
Het artikel kan daardoor verder gaan dan “het stroomnet is vol” en vragen:
Wie kan zich aanpassen aan slimme apparaten, thuisbatterijen en flexibele
contracten, en wie heeft daar de woning, kennis of financiële ruimte niet voor?
Nieuwe centrale structuur voor de hele
serie
Je eerdere hoofdstructuur kan nu worden verdiept tot:
recht of behoefte
→ ontbrekende uitvoeringsdrager
→ wachttijd
→ tijdelijke particuliere of institutionele opvang
→ verplaatsing van risico
→ zwaarder probleem in een ander systeem
De ontbrekende uitvoeringsdrager kan steeds iets anders zijn:
Dossier Wat formeel bestaat Wat materieel ontbreekt
Wonen recht of urgentie woning
Tbs besluit en behandeling vervolgplek
17
Terug naar document ↑ Jeugdbeschermi rechterlijke maatregel voogd, hulp of pleegplek
ng
Asiel procedureel recht besliscapaciteit en opvang
WIA wettelijk correcte en tijdige berekening
uitkeringsrecht
Energie verduurzamingsplan transportcapaciteit
Ggz en opvang zorgbehoefte passende behandel- of
woonplek
Beste nieuwe hoofdartikel
Nederland zonder uitgangen
Ondertitel
De woningzoeker, de tbs-patiënt, het kind zonder voogd, de asielzoeker en het
huishouden zonder stroomaansluiting wachten niet op hetzelfde — maar zij zitten vast
door hetzelfde systeemprobleem.
Openingspassage
Andries is al jaren uitbehandeld, maar zestig instellingen willen hem niet opnemen.
Bushra wacht bijna drie jaar op een beslissing die bepaalt in welk land zij haar
toekomst kan opbouwen. Pieter en Aaltje wilden hun woning verduurzamen, maar
hun verbouwing strandde bij de meterkast. Ruim tweehonderd kinderen hebben
volgens een rechter een voogd nodig, maar hebben die niet. Hun situaties behoren
tot verschillende ministeries, wetten en begrotingen. Toch gebeurt structureel
hetzelfde: de noodzakelijke volgende stap bestaat op papier, maar niet in
voldoende fysieke of menselijke capaciteit.
De hoofdstukken kunnen vervolgens zijn:
1. Een systeem loopt vast bij de uitgang
2. De familie als noodopvang
3. Wie kan zich wachten veroorloven?
4. Wanneer zorg verandert in openbare orde
5. Rechten zonder medewerker, woning of kabel
6. De gemeente waar alle tekorten samenkomen
18
Terug naar document ↑ 7. Waarom tijdelijke oplossingen het tekort onzichtbaar houden
De scherpste slotzin:
Nederland heeft niet alleen te weinig woningen, zorgplekken, medewerkers en
netcapaciteit; het mist steeds vaker de verbinding waarmee iemand van het ene
recht naar de volgende werkelijkheid kan bewegen.
Ik kan nieuwe persoonlijke gevallen en cijfers in dit dossier blijven volgen en je bij belangrijke
ontwikkelingen een uitbreiding sturen.
Dit verdiept je bestaande dossier over systemen die niet meer vastlopen bij de formele toegang,
maar bij gebrek aan personeel, behandelplekken en vervolghuisvesting.
De belangrijkste nieuwe verbinding is:
In gesloten instellingen bepaalt een personeelstekort niet alleen hoeveel
mensen kunnen worden opgenomen, maar ook welke behandeling,
bewegingsvrijheid, begeleiding en professionele afweging nog uitvoerbaar
zijn. Het rooster wordt daardoor zelf een verborgen beleidslaag.
Hoofdartikel
Wie bestuurt de gesloten instelling: de wet, de
behandelaar of het rooster?
Ondertitel
In gevangenissen, tbs-klinieken, gesloten psychiatrie en jeugdinrichtingen moet ieder
besluit individueel worden afgewogen, maar door personeelstekorten wordt steeds vaker
de beschikbare bezetting bepalend voor wat medewerkers en bewoners werkelijk nog
mogen.
De omvang van het gesloten systeem
19
Terug naar document ↑Het Nederlandse gevangeniswezen bestaat uit 25 penitentiaire inrichtingen, verspreid over 31
locaties. In 2025 waren gemiddeld 9.537 plaatsen bezet bij een gemiddelde bruikbare capaciteit
van 10.193 plaatsen. Daarnaast waren er gemiddeld 1.683 tbs-patiënten, 926 bezette bedden in
de overige klinische forensische zorg en 2.029 plaatsen in forensisch beschermd wonen. De
bredere forensische sector bestaat uit ruim tweehonderd aanbieders en omvat daarnaast
11.402 ambulante plaatsingen.
In de justitiële jeugdinrichtingen verblijven dagelijks ongeveer 480 jongeren. Jaarlijks stromen
ongeveer 1.676 jongeren in, van wie 87 procent korter dan drie maanden blijft. Daar staat
formeel een zeer arbeidsintensief model tegenover: gemiddeld 2,6 voltijdbanen per jongere,
waarbij ook beveiliging en ondersteunend personeel worden meegeteld. De gesloten jeugdzorg,
JeugdzorgPlus, omvatte tijdens het recente inspectieonderzoek nog ongeveer 405 jongeren.
(Inspectie Justitie en Veiligheid)
Binnen de geestelijke gezondheidszorg registreerden 119 onderzochte vestigingen in 2024
samen 11.712 cliënten die verplichte zorg ontvingen. Het ging om 66.221 afzonderlijke
registraties van bijvoorbeeld verplichte medicatie, insluiting, beperking van bewegingsvrijheid,
gedwongen opname of toezicht. Deze cijfers bestrijken niet de volledige Nederlandse ggz, maar
vormen de best vergelijkbare reeks die de inspectie momenteel publiceert. (IGJ)
1. Hoe het systeem zich vormt
Een gesloten instelling begint formeel met een individuele beslissing: een rechter legt een straf
of maatregel op, geeft een machtiging voor gesloten jeugdhulp of staat verplichte psychiatrische
zorg toe. Daarna moet een tweede systeem bepalen waar de persoon geplaatst kan worden,
welk beveiligingsniveau nodig is en welke behandeling uitvoerbaar is. Binnen DJI worden
plaatsingen centraal beoordeeld op basis van juridische status, risico, zorgbehoefte en
beschikbare capaciteit. (dji.nl)
Vervolgens ontstaat binnen de instelling een lokaal regime. Medewerkers moeten tegelijk:
● observeren wat er bij een persoon verandert;
● risico’s onderscheiden van normaal gedrag;
● relaties opbouwen waarmee spanning vroeg kan worden herkend;
● regels consequent uitvoeren;
● ruimte bieden voor behandeling, onderwijs of resocialisatie;
● ingrijpen wanneer veiligheid in gevaar komt;
● informatie aan andere diensten en volgende instellingen overdragen.
Dat betekent dat een gesloten instelling niet uitsluitend door muren of regels wordt bestuurd. Zij
functioneert door een voortdurende informatiestroom tussen medewerkers, bewoners,
behandelaren, beveiligers, directie, rechtbanken, reclassering en vervolgaanbieders. Een
analyse van 25 ernstige incidenten in de strafrechtketen laat zien dat vóór incidenten vaak
20
Terug naar document ↑dezelfde problemen terugkwamen: onvoldoende informatie-uitwisseling, een onvolledig beeld
van de persoon, gemiste signalen en risico’s en medewerkers die daardoor niet tijdig of niet
passend konden handelen. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
De terugkerende structuur is daarom:
juridische beslissing
→ centrale plaatsing
→ lokale observatie en behandeling
→ risicobeoordeling
→ uitbreiding of beperking van vrijheid
→ doorplaatsing of uitstroom
→ toezicht buiten de instelling
Elke overgang is afhankelijk van informatie én capaciteit. Wanneer een geschikte vervolgplek
ontbreekt, kan iemand niet doorstromen. Wanneer vaste medewerkers ontbreken, wordt
informatie minder stabiel opgebouwd. Wanneer overleg uitvalt, bereikt informatie niet iedereen.
Wanneer het systeem daarna onzekerder wordt over risico’s, ontstaat druk om vrijheid eerder te
beperken.
2. Hoeveel vrijheid hebben medewerkers?
Er bestaat geen landelijke meting waarin de vrijheid van medewerkers als percentage wordt
uitgedrukt. Er moeten minstens drie soorten vrijheid worden onderscheiden.
Formele beslissingsvrijheid
Medewerkers mogen niet zelfstandig bepalen wie wordt opgesloten, hoelang een straf of
tbs-maatregel duurt of naar welke instelling iemand juridisch moet worden overgeplaatst. Zulke
beslissingen liggen bij rechters, directies, centrale plaatsingsfunctionarissen, het ministerie en
andere formele instanties.
Ook tbs-verlof is niet uitsluitend een beslissing van de directe behandelaar. De kliniek stelt een
aanvraag op en blijft verantwoordelijk, maar iedere verlofvorm wordt extern getoetst door het
Adviescollege Verloftoetsing Tbs en uiteindelijk door de minister. Een negatief advies van het
college moet worden overgenomen. De verlenging van de tbs-maatregel wordt bovendien door
de rechter beoordeeld. (dji.nl)
In de verplichte ggz is eveneens vooraf een juridische grondslag nodig, normaal gesproken een
zorgmachtiging van de rechter of bij acute nood een crisismaatregel. Binnen die juridische
ruimte moeten zorgverleners nog steeds beoordelen welke concrete zorg noodzakelijk is.
(Rijksoverheid)
21
Terug naar document ↑Professionele beslissingsruimte
Binnen de vastgelegde grenzen hebben medewerkers wel ruimte nodig om gedrag te
interpreteren, spanning te herkennen, alternatieven te proberen en een passende interventie te
kiezen. Juist in gesloten instellingen kunnen regels niet iedere mogelijke toestand vooraf
beschrijven. Dezelfde zichtbare handeling kan afhankelijk van de persoon, voorgeschiedenis en
actuele spanning iets anders betekenen.
In JeugdzorgPlus schrijft het wettelijke nee, tenzij-principe bijvoorbeeld voor dat
vrijheidsbeperking alleen mag worden toegepast als lichtere alternatieven ontbreken, de
maatregel evenredig is en redelijkerwijs effectief kan zijn. Dat vereist dus een individuele
professionele afweging. Generieke regels voor de hele groep horen die afweging niet te
vervangen. (IGJ)
Feitelijke handelingsruimte
De feitelijke vrijheid van medewerkers kan veel kleiner zijn dan hun formele professionele
verantwoordelijkheid. Een medewerker kan juridisch verplicht zijn individueel af te wegen, maar
zonder voldoende collega’s niet de mogelijkheid hebben om met één jongere naar buiten te
gaan, een conflict langdurig te de-escaleren of een individueel programma te begeleiden.
De echte keuze wordt dan niet:
welke interventie past het beste bij deze persoon?
maar:
welke interventie kan veilig worden uitgevoerd met het personeel dat nu aanwezig is?
Dat is de plaats waar het rooster beleidsmacht krijgt.
3. Gevangenissen: toenemende bezetting,
minder operationele ruimte
De gemiddelde gevangenisbezetting nam tussen 2023 en 2025 toe van 8.587 naar 9.537
mensen, een stijging van ongeveer 11 procent. De gemiddelde bruikbare capaciteit nam in
dezelfde periode toe van 9.827 naar 10.193 plaatsen, ongeveer 4 procent. Omgerekend steeg
de gemiddelde bezettingsgraad daarmee van ongeveer 87 naar 94 procent. De actuele
operationele druk ligt nog hoger: het kabinet meldde in juni dat DJI op sommige momenten
boven 99 procent bezetting functioneert.
22
Terug naar document ↑Het verschil tussen de gemiddelde jaarcijfers en de bijna volledige actuele bezetting ontstaat
onder meer doordat niet iedere formele cel op elk moment daadwerkelijk bruikbaar is. Een
afdeling kan tijdelijk buiten gebruik zijn door renovatie, onvoldoende personeel of doordat een
plaats alleen geschikt is voor een specifieke categorie. Een lege zorgcel kan daardoor niet
automatisch worden gebruikt voor iedere arrestant.
De druk is ook kwalitatief veranderd. DJI meldt een groeiende groep mensen met psychiatrische
problematiek, agressie, ernstige delictgeschiedenis en ondermijnende criminaliteit. Van de
volwassen mannelijke gevangenispopulatie heeft volgens de aangehaalde onderzoeken
ongeveer 45 procent een indicatie voor een licht verstandelijke beperking, 50 procent
problemen rond alcohol of drugs, 61 procent huisvestingsproblemen en 75 procent financiële
problemen. (Rijksoverheid)
De formele opdracht van een gevangenis bestaat niet alleen uit insluiting. Gedetineerden horen
arbeid, onderwijs, sport, bezoek en re-integratieactiviteiten te krijgen. De normale dag begint
rond 7.30 uur en eindigt meestal rond 17.00 uur met insluiting tot de volgende ochtend; arbeid
beslaat normaal ongeveer twintig uur per week.
Maar bij personeelstekort worden juist deze onderdelen kwetsbaar. Het jaarverslag van de
Commissie van Toezicht van PI Nieuwegein stelt dat het dagprogramma in het plusregime door
aanhoudende personeelskrapte ook in 2025 niet aan de wettelijke minimumnormen voldeed.
Dat betekent dat het verschil tussen een basis- en plusregime op papier kan blijven bestaan,
terwijl de feitelijk aangeboden tijd en activiteiten daarachter teruglopen. (dji.nl)
PI Sittard: vrijheid om intern problemen te melden
Bij PI Sittard vond de inspectie een ander soort beperking van medewerkersvrijheid.
Medewerkers ervoeren een drempel om integriteitsproblemen te melden; daarnaast waren er
signalen over pestgedrag, een zwakke aanspreekcultuur en veel wisselingen in directie en
middenmanagement. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Dit is belangrijk omdat veiligheid in een gevangenis afhankelijk is van het tijdig delen van kleine
afwijkingen. Wanneer medewerkers formeel mogen melden maar sociaal verwachten dat een
melding nadelige gevolgen heeft, bestaat het meldsysteem juridisch wel maar functioneel
minder. De instelling verliest dan informatie voordat een formele veiligheidsbeslissing kan
worden genomen.
4. Tbs: meer patiënten, maar minder
toegang tot behandeling
Nederland heeft 11 tbs-klinieken. In 2025 waren er gemiddeld 1.683 tbs-patiënten: 1.580
mannen en 103 vrouwen. Ongeveer vijfhonderd patiënten verbleven in een vergevorderde
23
Terug naar document ↑behandelfase permanent buiten de kliniek, terwijl de kliniek of reclassering nog
verantwoordelijkheid of toezicht droeg. Ongeveer honderd patiënten verbleven in langdurige
forensisch-psychiatrische zorg omdat verdere resocialisatie niet of nauwelijks haalbaar werd
geacht. (TBS Nederland)
De verslechtering wordt vooral zichtbaar bij de toegang tot behandeling:
● het gemiddelde aantal tbs-patiënten steeg van 1.614 in 2023 naar 1.683 in 2025;
● het aantal tbs-passanten dat in een gevangenis wachtte op behandeling steeg van 110
eind 2022 naar 274 eind 2025;
● het aantal eerste opnames daalde van 164 in 2024 naar 118 in 2025;
● DJI schrijft die daling expliciet toe aan de begrensde behandelcapaciteit.
De wachtende groep groeide daarmee in drie jaar met ongeveer 149 procent. De 27 nieuwe
behandelbedden die FPC De Kijvelanden in maart 2026 opende zijn substantieel voor één
kliniek, maar stonden op dat moment tegenover ruim 270 wachtende tbs-gestelden, van wie
sommigen meer dan twee jaar wachtten. (dji.nl)
Dit levert een structurele tegenstelling op:
de rechter legt behandeling op
→ de behandeling kan nog niet beginnen
→ de persoon blijft in een gevangenis
→ de gevangenisplaats blijft bezet
→ het gevangeniswezen gebruikt noodmaatregelen
→ de klinische achterstand wordt een celtekort
Oostvaarderskliniek: minimumbezetting is niet hetzelfde
als voldoende ruimte
Bij de Oostvaarderskliniek werden de eigen minimale personeelsnormen formeel gehaald. Toch
constateerden de inspecties een voortdurend hoge werkdruk die risico’s oplevert voor veiligheid,
continuïteit en kwaliteit van behandeling. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Dat verschil is cruciaal. Een minimale bezettingsnorm geeft aan hoeveel medewerkers nodig
zijn om de afdeling formeel open te houden. Zij zegt niet automatisch dat er genoeg tijd bestaat
voor:
● stabiele behandelrelaties;
● overleg tussen disciplines;
● opleiding en begeleiding van nieuwe medewerkers;
● gezamenlijke reflectie na incidenten;
● individuele activiteiten of verlofvoorbereiding;
● het vroeg herkennen van subtiele gedragsverandering.
24
Terug naar document ↑Een kliniek kan dus voldoen aan de minimale norm, terwijl de professionele vrijheid van
medewerkers al sterk is teruggelopen.
De Kijvelanden: consistentie is zelf een veiligheidsmiddel
In De Kijvelanden leidde een eerdere periode van personeelsgebrek ertoe dat medewerkers op
de zwaarst beveiligde afdeling regels niet eenduidig uitvoerden en onvoldoende tijd hadden
voor teamontwikkeling. De inspectie waarschuwde dat verschillende reacties van medewerkers
bij patiënten onduidelijkheid en onnodige escalatie kunnen veroorzaken. Later verbeterde de
kliniek door personeel langer aan dezelfde afdeling te verbinden, gezamenlijk te trainen en
medewerkers pas zelfstandig te laten werken nadat zij een agressie- en gijzelingstraining
hadden afgerond. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Daaruit volgt een belangrijke verbinding voor je analyse:
In een gesloten instelling is personele continuïteit niet alleen een
arbeidsvoorwaarde. Zij is onderdeel van de beveiliging en behandeling,
omdat patiënten voortdurend leren voorspellen hoe medewerkers op hen
reageren.
5. Gesloten psychiatrie: tijdelijke
medewerkers veranderen de behandeling
Kastanjehof G/H van GGz Centraal biedt langdurige gesloten zorg aan mensen met ernstige
psychiatrische problematiek. De afdeling staat sinds februari 2026 onder verscherpt toezicht.
Volgens de IGJ werkt het grootste deel van de zorgverleners daar tijdelijk, waardoor personeel
voortdurend wisselt, behandelafspraken niet consequent worden uitgevoerd, behandeling
vertraagt en cliënten onduidelijkheid ervaren. Bestuur, management en medewerkers konden
bovendien niet tot één gedeeld beeld van de problemen komen. (IGJ)
Hier zie je hoe een instelling als informatiesysteem kan uiteenvallen:
veel tijdelijke medewerkers
→ minder gedeeld geheugen over cliënten
→ minder consequente uitvoering
→ onduidelijkheid bij cliënten
→ minder voorspelbaar gedrag
→ grotere behoefte aan beheersing
→ minder ruimte voor individuele behandeling
25
Terug naar document ↑Dit is geen bewijs dat iedere tijdelijke medewerker slechter handelt. Het probleem is dat tijdelijke
inzet de duur en continuïteit van de onderlinge informatieopbouw verkort. Iedere nieuwe
medewerker moet opnieuw leren welke signalen bij welke persoon betekenis hebben.
Toenemende verplichte zorg
Binnen de onderzochte ggz-organisaties steeg het aantal geregistreerde cliënten met verplichte
zorg tussen 2022 en 2024 met ongeveer 20 procent, van 9.770 naar 11.712. Het aantal
geregistreerde toepassingen steeg met ongeveer 29 procent, van 51.339 naar 66.221.
Registraties van insluiting stegen van 8.245 naar 10.242 en beperkingen van bewegingsvrijheid
van 12.813 naar 15.592. (IGJ)
Die stijging kan niet volledig worden gelezen als een even grote werkelijke groei van dwang. De
inspectie benadrukt dat organisaties beter zijn gaan registreren en definities verschillend
toepassen. Tegelijk noemen zorgaanbieders ook twee inhoudelijke ontwikkelingen: cliënten
hebben vaker complexe problemen en personeelstekorten veroorzaken meer wisselingen,
waardoor medewerkers cliënten minder goed kennen en mogelijk eerder gedwongen zorg
inzetten. (IGJ)
De meest verantwoorde conclusie is daarom:
Het geregistreerde gebruik van dwang neemt duidelijk toe, maar het exacte
deel dat voortkomt uit werkelijke toename, betere registratie of veranderde
cliëntgroepen kan nog niet betrouwbaar worden gescheiden.
6. Justitiële jeugdinrichtingen: wanneer
behandeling plaatsmaakt voor kameruren
In de zes justitiële jeugdinrichtingen verbleven in 2025 ongeveer 480 jongeren. Het systeem is
formeel gebouwd rond onderwijs, behandeling en opvoeding; 96 procent van de jongeren is
man. Een normale doordeweekse dag bevat vijf à zes uur onderwijs of arbeidstoeleiding,
therapie, sport, mentorgesprekken en activiteiten op de leefgroep. (Inspectie Justitie en
Veiligheid)
Tot begin 2025 bestond bijna een derde van de pedagogische medewerkers uit tijdelijke inhuur.
Toen JJI’s vanwege regels rond schijnzelfstandigheid stopten met deze externe inzet,
ontstonden grote gaten in de roosters. De inspecties constateerden dat dagprogramma’s
werden ingekort, jongeren langer alleen op hun kamer bleven, lesuren uitvielen en contact met
naasten werd beperkt. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Bij De Hartelborgt moest soms één leefgroep een halve dag op de kamer blijven zodat
voldoende personeel op een andere groep aanwezig was. Teamoverleggen waarin
26
Terug naar document ↑medewerkers en docenten informatie over jongeren delen, konden niet altijd doorgaan. Door de
werkdruk was er bovendien minder tijd om consequent de-escalerend te werken, wat volgens
de inspecties juist incidenten kan bevorderen. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
Hier wordt het mechanisme heel direct zichtbaar:
personeelsgat
→ groep blijft langer achter de deur
→ minder onderwijs, therapie en observatie
→ minder actuele informatie over de jongere
→ minder mogelijkheid tot de-escalatie
→ grotere kans op onrust
→ meer behoefte aan insluiting
De vrijheidsbeperking wordt dan niet uitsluitend bepaald door het individuele risico van de
jongere, maar mede door de vraag hoeveel medewerkers op een andere groep nodig zijn.
Eerder was het landelijke dagprogramma vanwege personeelstekorten al afgeschaald van 77
naar 62 uur per week, een vermindering van ongeveer twintig procent. Hoewel het intensieve
toezicht daarna werd beëindigd, laat de situatie in De Hartelborgt zien dat dezelfde structuur
onder nieuwe personeelsdruk kan terugkeren. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
7. JeugdzorgPlus: juridische ruimte voor
individuele afweging, praktische
groepsregels
Tijdens het recente toezicht verbleven ongeveer 405 jongeren in JeugdzorgPlus. Van de 57
jongeren die de IGJ sprak, zeiden er 29 dat zij soms of nooit voldoende bij hun hulp werden
betrokken. Dertig vonden dat de hulp niet bijdroeg aan verbetering van hun situatie en 22 wisten
niet altijd waarom een vrijheidsbeperkende maatregel werd toegepast. (IGJ)
Vrijheidsbeperking moet volgens de wet individueel worden beoordeeld. Toch trof de inspectie
groepsregels aan, zoals dezelfde bedtijd voor iedereen en algemene beperkingen van
telefoongebruik. Zulke regels maken de uitvoering eenvoudiger, maar vervangen individuele
afweging door algemene beheersbaarheid. (IGJ)
Ook hier beïnvloedt personeel de feitelijke vrijheid. Sommige locaties konden kamerdeuren ’s
nachts niet openhouden omdat zij onvoldoende geld en personeel hadden om veilig toezicht te
organiseren. De juridische hervorming wilde dus minder insluiting, terwijl de personele en
bouwkundige infrastructuur daar niet overal op was ingericht. (IGJ)
27
Terug naar document ↑Tegelijk is de ontwikkeling niet overal uitsluitend negatief. Bij Jeugdforce in Hoenderloo
beëindigde de IGJ in juli 2026 het verscherpt toezicht nadat de organisatie tekortkomingen rond
bekwaam personeel, eigen regie, daginvulling en onrechtmatige vrijheidsbeperking had
aangepakt. Dat laat zien dat personele stabiliteit, duidelijke verantwoordelijkheid en toezicht de
richting ook kunnen omkeren. (IGJ)
8. Hoeveel verslechtert het systeem?
De meest bruikbare indicatoren wijzen niet allemaal in dezelfde richting, maar samen tonen ze
dat de druk sneller groeit dan het vermogen om die druk op te nemen.
Onderdeel Verandering
Gemiddelde gevangenisbezetting, 2023–2025 ongeveer +11%
Gemiddelde bruikbare celcapaciteit, 2023–2025 ongeveer +4%
Tbs-passanten in gevangenissen, eind 2022–eind 2025 110 → 274, ongeveer
+149%
Eerste tbs-opnames, 2024–2025 164 → 118, ongeveer –28%
Geregistreerde ggz-cliënten met verplichte zorg, ongeveer +20%
2022–2024
Geregistreerde toepassingen verplichte ggz-zorg ongeveer +29%
Eerdere reductie wettelijk JJI-dagprogramma 77 → 62 uur, ongeveer
–20%
28
Terug naar document ↑De cijfers meten verschillende dingen en mogen niet tot één algemene verslechteringsscore
worden opgeteld. Ze wijzen wel in dezelfde structurele richting: meer bezetting en complexiteit,
minder doorstroming, meer geregistreerde dwang en minder tijd voor activiteiten die
behandeling en terugkeer mogelijk moeten maken.
9. De diepste systeemverbinding
Op basis van de gecombineerde inspectierapporten ontstaat deze terugkoppelingslus:
te weinig personeel en vervolgplekken
→ minder vaste relaties en overleg
→ minder gedeelde informatie over bewoners
→ grotere onzekerheid over risico’s
→ meer standaardisering en vrijheidsbeperking
→ minder behandeling, onderwijs en resocialisatie
→ tragere vooruitgang en uitstroom
→ bedden en cellen blijven langer bezet
→ verdere personeels- en capaciteitsdruk
Dit is een analytische afleiding uit de terugkerende patronen in de bronnen, niet één afzonderlijk
bewezen causaal model. De verschillende inspecties beschrijven echter telkens onderdelen van
dezelfde lus: personeelswisselingen verstoren behandeling, overleg valt uit, de-escalatie wordt
moeilijker, bewoners worden langer ingesloten en doorstroming stokt. (IGJ)
De kern is daarmee niet alleen dat bewoners vrijheid verliezen. Ook medewerkers verliezen
handelingsvrijheid. Zij houden formeel de verantwoordelijkheid om individueel, veilig en
zorgvuldig te handelen, maar krijgen minder tijd, minder stabiele informatie en minder
uitvoerbare alternatieven. Wanneer alleen insluiten nog met de beschikbare bezetting kan, is de
formele keuze tussen meerdere interventies feitelijk al grotendeels verdwenen.
Definitieve reportagevorm
Het rooster beslist
Ondertitel
Hoe personeelstekorten in Nederlandse gevangenissen, tbs-klinieken en gesloten zorg
bepalen wie naar buiten mag, wie behandeling krijgt en hoeveel professionele vrijheid
medewerkers werkelijk nog hebben.
De reportage kan vier locaties parallel volgen:
29
Terug naar document ↑ 1. PI Nieuwegein of PI Sittard: waar het dagprogramma of de interne meldcultuur onder
druk staat.
2. Oostvaarderskliniek: waar de minimale personeelsnorm wordt gehaald, maar de
werkdruk structureel hoog blijft.
3. Kastanjehof in Amersfoort: waar tijdelijke medewerkers en gebrek aan een
gezamenlijke probleemanalyse de behandeling verstoren.
4. De Hartelborgt: waar jongeren langer op hun kamer blijven omdat medewerkers tussen
groepen moeten worden verdeeld.
De centrale vraag aan iedere medewerker wordt niet alleen: hebben jullie genoeg personeel?
maar:
Welke handeling zou volgens jouw professionele oordeel het beste zijn, maar
kun je door het rooster, de regels of het ontbreken van een vervolgplek niet
uitvoeren?
Dat antwoord laat preciezer zien hoe het systeem werkelijk verslechtert dan alleen een
vacaturecijfer.
Een dagelijkse monitor kan nieuwe inspectierapporten, incidenten, bezettingscijfers en
maatregelen rond deze instellingen aan het dossier toevoegen; wil je dat ik die instel?
Systematisch doelbewust opgezet
Hoeveel hulpvragen worden er gedaan bij de politie? en hoe vaak wordt daar op ingegaan en naar
gehandeld? en wat zijn de legale regelingen voor wanneer iemand hulp krijgt
De politie als laatste loket van de
verzorgingsstaat
Het eerlijke antwoord is dat Nederland geen enkel openbaar cijfer heeft voor alle hulpvragen
aan de politie en wat daarmee uiteindelijk is gebeurd. De politie registreert
telefoongesprekken, incidenten, meldingen, aangiften en verwijzingen in verschillende
30
Terug naar document ↑systemen. Daardoor kun je wel meten of iemand 112 belde, of agenten ter plaatse kwamen en
of een melding naar Veilig Thuis ging, maar meestal niet in één keten volgen of die persoon
daarna bescherming, behandeling, woonruimte of blijvende veiligheid kreeg.
Dat verschil is belangrijk:
Contact is niet hetzelfde als optreden, optreden is niet hetzelfde als
overdracht en overdracht is niet hetzelfde als ontvangen hulp.
Wat we wél weten
Soort contact of optreden Recent cijfer Wat het cijfer werkelijk betekent
Door 112 beantwoorde gesprekken ruim 3,5 Alle beantwoorde oproepen, dus niet
in 2025 miljoen alleen politiehulp
Niet doorverbonden naar een ongeveer 1 Geen spoed, verkeerd gebruik of
hulpdienst miljoen onbedoelde oproep
Incidenten waarbij politie ter plaatse 2.674.702 Unieke incidenten, niet noodzakelijk
kwam in 2025 unieke personen
Spoedmeldingen binnen 15 83,7% Interne reactienorm; geen wettelijke
minuten, 2024 garantie
Incidenten met onbegrepen gedrag, 169.782 Registraties van gebeurtenissen, niet
2025 van unieke mensen
Contacten met Veilig Thuis, 2025 ongeveer 178.925 adviezen en 136.325 formele
315.000 meldingen
In 2025 beantwoordde de landelijke 112-centrale ruim 3,5 miljoen gesprekken. Ongeveer één
miljoen werden niet doorverbonden naar politie, ambulance of brandweer omdat geen
spoedhulp nodig bleek. Dat betekent grofweg dat circa 2,5 miljoen oproepen wel werden
31
Terug naar document ↑doorgezet naar een hulpdienst, maar de openbare cijfers laten niet zien welk deel specifiek naar
de politie ging of wat per oproep de uiteindelijke uitkomst was. (Politie)
De politie kwam datzelfde jaar ter plaatse bij 2.674.702 unieke incidenten. Bij 25.404 daarvan
gebruikte de politie geweld, ongeveer 0,95 procent. Ook hier betekent “ter plaatse gekomen”
niet dat het oorspronkelijke probleem is opgelost: het kan gaan om aanhouding, bemiddeling,
beveiliging, vervoer, advies, overdracht of alleen vaststelling van de situatie. (Politie)
Een opvallend bereikbaarheidsprobleem werd zichtbaar in 2024: volgens de politie kwam het
ongeveer 300.000 keer voor dat een burger de politie vanwege telefonische wachtrijen
niet kon bereiken. Dat zijn contactpogingen, geen 300.000 bewezen noodsituaties of unieke
personen, maar het laat wel zien dat een deel van de hulpvragen al vóór de inhoudelijke
beoordeling verdwijnt. (Politie)
Hoe vaak komt de politie werkelijk?
De meldkamer verdeelt hulpvragen in drie categorieën:
● spoed: levensgevaar of acuut gevaar;
● nu: directe politie-inzet nodig, maar geen direct levensgevaar;
● later: de situatie kan op een later moment door bijvoorbeeld een wijkagent worden
afgehandeld.
De centralist bepaalt op basis van de beschikbare informatie of politie-inzet nodig is en welke
urgentie wordt gegeven. Voor een spoedmelding streeft de politie naar aankomst binnen vijftien
minuten. (Politie)
In 2024 was de politie bij 83,7 procent van de prio-1-meldingen binnen een kwartier aanwezig.
Dat betekent dat bij ongeveer één op de zes spoedincidenten de vijftienminutennorm niet werd
gehaald. Die norm is een intern prestatiedoel en geen wettelijke termijn waaruit automatisch
een recht op schadevergoeding of onmiddellijke aanwezigheid volgt. (Politie)
Er bestaat dus geen algemene formule als:
[
\text{hulpvraag} \rightarrow \text{politie komt altijd}
]
De werkelijke structuur is:
[
\text{contact}
\rightarrow
\text{informatie van melder}
\rightarrow
32
Terug naar document ↑\text{urgentiebeoordeling}
\rightarrow
\text{beschikbare politiecapaciteit}
\rightarrow
\text{wel of geen inzet}
\rightarrow
\text{gekozen handeling}
]
Wanneer de melder onvoldoende duidelijk kan maken dat direct gevaar bestaat, wanneer
essentiële informatie ontbreekt of wanneer meerdere urgente gebeurtenissen tegelijk
plaatsvinden, kan dezelfde feitelijke nood anders worden geclassificeerd dan wanneer het
gevaar direct zichtbaar en precies omschreven is.
Wat gebeurt er ná de melding?
1. Een gewone melding
Bij een melding laat iemand de politie weten wat er is gebeurd. De politie kan de informatie
vastleggen, combineren met andere signalen of de situatie in de gaten houden, maar begint
meestal geen strafrechtelijk onderzoek. (Rijksoverheid)
2. Een aangifte
Bij een aangifte verklaart iemand formeel dat een strafbaar feit is gepleegd en wordt om
strafrechtelijk optreden gevraagd. De politie is verplicht een aangifte op te nemen. Dat betekent
echter niet dat iedere aangifte tot uitgebreid onderzoek, een verdachte, vervolging of
veroordeling leidt. Onderzoek kan ontbreken of stoppen wanneer er onvoldoende
aanknopingspunten zijn, geen verdachte kan worden gevonden of opsporingscapaciteit anders
wordt geprioriteerd. (Rijksoverheid)
Hierdoor bestaat een juridisch belangrijk verschil:
[
\text{recht om aangifte te doen}
\neq
\text{recht op een succesvolle opsporing}
]
Een slachtoffer heeft wel recht op informatie over de aangifte en het eventuele onderzoek.
Wanneer het Openbaar Ministerie besluit niet te vervolgen, kan daartegen onder voorwaarden
een klacht bij het gerechtshof worden ingediend via de artikel 12-procedure. (Rijksoverheid)
33
Terug naar document ↑3. Een zorgvraag
Wanneer iemand verward, suïcidaal, psychotisch, dakloos, verslaafd of ernstig ontregeld is, kan
de politie de acute veiligheid herstellen en contact leggen met zorgdiensten. Agenten kunnen
echter niet zelfstandig langdurige behandeling, verplichte opname, huisvesting of begeleiding
opleggen.
Bij niet-acute zorgen hoort formeel het Meldpunt Zorgwekkend Gedrag te worden gebruikt. Het
regionale meldpunt kan advies geven of onderzoeken of hulp mogelijk is. Bij acute dreiging
moet 112 worden gebeld. (Politie)
De politie komt daardoor vaak in een vreemde tussenpositie terecht:
[
\text{wel genoeg ontregeling voor politiecontact}
]
maar:
[
\text{niet altijd genoeg juridisch gevaar voor gedwongen zorg}
]
en tegelijk:
[
\text{onvoldoende vrijwillige zorg of woonruimte beschikbaar}
]
Dit kan dezelfde persoon herhaaldelijk bij de politie laten terugkomen zonder dat de
onderliggende zorg-, schulden- of huisvestingssituatie structureel verandert.
4. Huiselijk geweld en kindermishandeling
In 2025 werd ongeveer 315.000 keer contact opgenomen met Veilig Thuis. Dat leidde tot
178.925 adviezen en 136.325 formele meldingen. De politie was met ongeveer 89.600
meldingen verreweg de grootste afzonderlijke melder en was daarmee verantwoordelijk voor
ongeveer twee derde van alle meldingen. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Van de 136.325 meldingen werden:
● 82.860 overgedragen aan lokale hulp of bestaande professionals;
● 34.895 door Veilig Thuis zelf opgepakt voor vervolgstappen;
● 5.495 via regionaal maatwerk behandeld;
● 4.230 afgesloten zonder verdere stappen;
34
Terug naar document ↑ ● 8.845 aan het einde van de meetperiode nog niet beoordeeld. (Centraal Bureau voor de
Statistiek)
Ook dit is geen einduitkomst. “Overdracht” betekent dat de verantwoordelijkheid ergens anders
wordt neergelegd; het betekent niet automatisch dat behandeling is begonnen, dat een woning
beschikbaar is of dat het geweld is gestopt.
Wanneer heeft iemand juridisch recht op
politiehulp?
De algemene politietaak
Artikel 3 van de Politiewet bepaalt dat de politie verantwoordelijk is voor de daadwerkelijke
handhaving van de rechtsorde en voor het verlenen van hulp aan mensen die deze nodig
hebben. Artikel 7 geeft een agent onder meer toegang tot een plaats wanneer dat redelijkerwijs
noodzakelijk is om hulp te verlenen. (Wetten Overheid)
Dit is een brede wettelijke taak, maar geen onbeperkt individueel afdwingbare garantie op:
● onmiddellijke komst van een politieauto;
● een bepaald aantal agenten;
● opname in een kliniek;
● bescherming gedurende een specifieke periode;
● een volledig strafrechtelijk onderzoek;
● een woning of zorgplek;
● een bepaalde uitkomst van een interventie.
Wat de politie moet en mag doen, hangt af van onmiddellijk gevaar, vermoedelijke strafbare
feiten, proportionaliteit, bevoegdheden, beschikbare informatie en operationele capaciteit.
Verplichte psychiatrische hulp
Verplichte zorg kan alleen worden opgelegd wanneer een psychische stoornis leidt tot dreigend
ernstig nadeel en vrijwillige alternatieven onvoldoende zijn. Bij een acute crisis moet een
psychiater de persoon onderzoeken. Vervolgens beslist de burgemeester of een bevoegde
wethouder binnen achttien uur over een crisismaatregel. Die maatregel duurt maximaal drie
dagen en kan alleen door een rechter worden verlengd. (Rijksoverheid)
Dit beschermt mensen tegen willekeurige gedwongen opname, maar creëert ook een smalle
juridische doorgang: iemand kan duidelijk vastlopen en veel hulp nodig hebben, terwijl de
35
Terug naar document ↑situatie nog niet voldoet aan de hoge grens voor dwang. Wanneer vrijwillige zorg tegelijkertijd
niet bereikbaar of niet aanvaard wordt, blijft soms alleen herhaalde politie-inzet over.
Tijdelijk huisverbod
Bij dreigend huiselijk geweld kan een tijdelijk huisverbod worden opgelegd, ook om escalatie te
voorkomen en hulp voor slachtoffer, kinderen en pleger te organiseren. Het verbod kan worden
verlengd tot maximaal vier weken. Overtreding kan tot een gevangenisstraf van maximaal twee
jaar of een taakstraf leiden. Politie en OM kunnen bij huiselijk geweld bovendien proberen
ambtshalve te vervolgen, dus zonder dat het slachtoffer zelf aangifte blijft ondersteunen.
(Rijksoverheid)
Klagen wanneer de politie niet handelt
Iemand kan bij de politie een klacht indienen over onvoldoende of helemaal geen actie, het niet
nakomen van afspraken, bejegening, geweldgebruik of het gebruik van bevoegdheden.
Wanneer de eerste behandeling niet tot een bevredigende uitkomst leidt, kan een
onafhankelijke klachtencommissie worden betrokken. (Politie)
De extreemste patronen
1. Bijna 170.000 incidenten met onbegrepen gedrag
In 2025 registreerde de politie 169.782 incidenten met mensen met onbegrepen gedrag:
gemiddeld ongeveer 465 incidenten per dag. In 2012 waren het er 44.571. Het aantal
registraties is daarmee in dertien jaar bijna verviervoudigd. Een incident is nadrukkelijk geen
unieke persoon; één persoon kan tientallen keren geregistreerd worden. (Trimbos-instituut)
Het CBS kon voor 2024 ongeveer 62.780 unieke personen in de politieregistraties
onderscheiden. Van hen hadden ongeveer 5.410 in de voorafgaande twee jaar meer dan tien
registraties. Een relatief beperkte groep komt dus extreem vaak opnieuw in beeld. Het CBS
waarschuwt dat niet alle incidenten aan een persoon gekoppeld kunnen worden en dat de
cijfers voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
2. Het profiel is niet alleen psychiatrisch
In de downloadbare CBS-tabellen over deze 62.780 mensen had:
● 71 procent minstens één aanwijzing voor psychische problematiek;
● 49 procent een eenpersoonshuishouden;
36
Terug naar document ↑ ● 52 procent een inkomen in het laagste welvaartskwartiel;
● 32 procent een indicator voor financiële problemen;
● 20 procent problematische schulden in het huishouden;
● 29 procent een bijstands- of andere sociale voorziening;
● 14 procent een inkomen onder de armoedegrens;
● 10 procent contact met Slachtofferhulp;
● 9 procent een politieregistratie als slachtoffer van een misdrijf.
Dat laat zien dat de categorie “onbegrepen gedrag” niet alleen een psychiatrische categorie is.
Zij verzamelt psychische problemen, armoede, slachtofferschap, sociaal isolement, schulden,
verslaving en woningproblemen in één politieregistratie. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
3. Zorgvragen nemen meetbare politiecapaciteit over
In Noord-Holland ging in 2025 volgens de regionale politie één op de vijf politie-uren naar
situaties die in de kern een zorgvraag betroffen. Dit is een regionaal cijfer en mag niet zonder
meer naar heel Nederland worden geëxtrapoleerd, maar het toont wel hoe groot het beslag kan
zijn. (Politie)
De landelijke inspectie constateerde eerder dat agenten regelmatig lang bij een ontregelde
persoon moeten blijven voordat overdracht aan een gespecialiseerde hulporganisatie mogelijk
is. Gedurende die tijd zijn deze agenten niet beschikbaar voor andere noodsituaties. (Inspectie
Justitie en Veiligheid)
4. Zorg en geweld raken elkaar
In 2025 was bij ongeveer 40 procent van de politie-incidenten waarin agenten geweld
gebruikten iemand met onbegrepen gedrag betrokken. Dat betekent niet dat psychische
problematiek automatisch geweld veroorzaakt; het betekent wel dat de plaats waar zorg,
gevaar, paniek en dwang elkaar raken buitengewoon vaak de politie is. (Politie)
De politie arriveert dan als hulpverlener én als gewapende vertegenwoordiger van de openbare
orde. Hetzelfde optreden kan bestaan uit bescherming, vrijheidsbeperking, onderzoek aan
kleding, fysiek vasthouden en overdracht. De overgang van hulpvraag naar
veiligheidsinterventie kan daardoor heel snel gaan.
5. De politie is de grootste ingang naar Veilig Thuis
Dat de politie ongeveer twee derde van alle Veilig Thuis-meldingen doet, betekent dat veel
huiselijk geweld pas als formele hulpvraag het systeem binnenkomt wanneer er een
politiecontact is geweest. Onderwijs, gezondheidszorg, jeugdzorg en de directe omgeving
leveren veel adviezen, maar aanzienlijk minder formele meldingen. (Centraal Bureau voor de
Statistiek)
37
Terug naar document ↑De politie functioneert daarmee niet alleen als handhaver, maar als een van de grootste
landelijke selectiemechanismen voor wie bij gespecialiseerde hulpverlening in beeld komt.
6. Tienduizenden digitale misbruiksignalen
De politie ontving in 2025 58.216 meldingen van online seksueel kindermisbruik. Dat zijn vaak
signalen van platforms en buitenlandse instanties, niet 58.216 volledig onderzochte
Nederlandse strafzaken. De hoeveelheid informatie is zo groot dat selectie, automatisering en
beschikbare gespecialiseerde recherchecapaciteit mede bepalen welke meldingen snel
onderzocht kunnen worden. (Politie)
Hier ontstaat een andere vorm van hulpverleningsschaarste:
[
\text{meer digitale signalen}
\rightarrow
\text{meer potentiële slachtoffers}
\rightarrow
\text{beperkte onderzoeksruimte}
\rightarrow
\text{prioritering op direct gevaar en identificeerbaarheid}
]
Geschiedenis: hoe zorg een
politiecategorie werd
Sinds 2011 gebruikt de politie de code E33 voor incidenten rond “overlast door een verward
persoon”. Wat oorspronkelijk een operationele registratie was, groeide uit tot een van de
belangrijkste nationale indicatoren voor problemen rond psychische zorg, overlast en sociale
ontregeling. (Trimbos-instituut)
In 2012 spraken overheid, zorgverzekeraars en ggz-aanbieders af om de klinische
ggz-capaciteit richting 2020 met ongeveer een derde te verminderen en meer zorg ambulant,
dus buiten instellingen, te organiseren. Tussen 2008 en 2019 nam het aantal psychiatrische
bedden daadwerkelijk met meer dan dertig procent af, terwijl beschermd wonen groeide.
(Trimbos-instituut)
Het zou te eenvoudig zijn om te zeggen:
[
\text{minder bedden} \Rightarrow \text{meer politiemeldingen}
]
38
Terug naar document ↑Daarvoor bestaat geen overtuigend enkelvoudig causaal bewijs. Trimbos concludeert wel dat
ambulante ondersteuning, huisvesting en sociale begeleiding niet overal evenredig met de
afbouw van bedden meegroeiden. Tegelijk namen woningnood, schulden, eenzaamheid en
complexiteit van problemen toe. Daardoor kon “zorg in de samenleving” in de praktijk ook
betekenen dat de omgeving, familie, gemeente en politie meer moesten opvangen.
(Trimbos-instituut)
De historische keten is waarschijnlijk eerder:
[
\text{afbouw institutionele opname}
\rightarrow
\text{meer wonen in de samenleving}
\rightarrow
\text{onvoldoende ambulante en sociale infrastructuur}
\rightarrow
\text{problemen worden thuis of op straat zichtbaar}
\rightarrow
\text{omstanders bellen de altijd bereikbare politie}
]
Dat is een analytische verbinding tussen de bronnen, geen bewezen verklaring voor iedere
individuele melding.
Cultuur: wanneer zichtbare ontregeling als
veiligheid wordt verwerkt
De politie is vierentwintig uur per dag bereikbaar, zichtbaar, geografisch verspreid en bevoegd
om direct in te grijpen. Veel andere instellingen werken met intakevoorwaarden, kantooruren,
verwijzingen, wachtlijsten en afgebakende verantwoordelijkheden. Daardoor wordt de politie
vanzelf het loket voor problemen die nergens duidelijk thuishoren.
De wijze van registratie beïnvloedt vervolgens hoe het probleem maatschappelijk wordt
begrepen:
[
\text{persoon heeft schulden, psychose en geen woning}
]
wordt bij de politie:
39
Terug naar document ↑[
\text{incident onbegrepen gedrag}
]
en in lokaal debat mogelijk:
[
\text{overlast- of veiligheidsprobleem}
]
Daarmee verdwijnt de oorspronkelijke zorgvraag niet, maar zij wordt zichtbaar door de categorie
van de instantie die uiteindelijk wél reageerde. Trimbos waarschuwt dat termen als “verwarde
personen” brede en uiteenlopende problematiek kunnen reduceren tot gevaar en overlast,
terwijl mensen met psychiatrische problemen ook relatief vaak slachtoffer zijn.
(Trimbos-instituut)
Geld: besparing op één plaats wordt
uitgave op een andere
De Nationale Politie had in 2025 bedrijfslasten van ongeveer €8,7 miljard, waarvan circa €6,5
miljard personeelskosten. Tegelijk bestond aan het einde van het jaar een operationele
onderbezetting van ongeveer 1.633 fte.
Er is geen betrouwbare landelijke berekening van hoeveel geld de politie precies besteedt aan
zorggerelateerde hulpvragen. Het regionale cijfer van één op vijf politie-uren in Noord-Holland
laat echter zien dat het om veel meer gaat dan enkele uitzonderlijke incidenten. (Politie)
De financiële structuur is versnipperd:
● zorg wordt betaald via zorgverzekeraars, gemeenten en langdurige zorg;
● huisvesting via gemeenten, corporaties en particuliere verhuur;
● politie vanuit de begroting van Justitie en Veiligheid;
● maatschappelijke ondersteuning via de Wmo;
● inkomensondersteuning via UWV en gemeenten;
● forensische zorg via justitie.
Wanneer één partij investeert in preventie, kan het financiële voordeel bij een andere partij
terechtkomen. Een gemeente die woonbegeleiding betaalt, kan politie-inzet en ggz-opnames
voorkomen, maar krijgt die besparing niet noodzakelijk terug. Een zorgverzekeraar die streng
selecteert, kan kosten beperken terwijl politie en gemeente later meer moeten handelen.
Trimbos beschrijft deze afzonderlijke financieringsstromen als een belangrijke belemmering
voor geïntegreerde hulp. (Trimbos-instituut)
40
Terug naar document ↑De werkelijke geldstroom kan daardoor worden:
[
\text{geen vroege woon- of zorguitgave}
\rightarrow
\text{crisis}
\rightarrow
\text{politie-inzet}
\rightarrow
\text{spoedzorg of detentie}
\rightarrow
\text{duurdere voorziening}
]
De oorspronkelijke besparing verdwijnt niet; zij wordt een kostenpost op een andere begroting.
De diepste systeemverbinding
De politie krijgt vaak niet de oorspronkelijke hulpvraag, maar de laatste zichtbare fase van een
probleem:
[
\text{psychische ontregeling}
+
\text{schulden}
+
\text{verlies van woning}
+
\text{uitputting van familie}
+
\text{geen vrijwillige hulp}
]
leidt uiteindelijk tot:
[
\text{incident op straat of thuis}
\rightarrow
\text{112}
\rightarrow
\text{politie}
]
41
Terug naar document ↑De politie beoordeelt vervolgens vooral het actuele gevaar, omdat zij niet de bevoegdheid of
middelen heeft om alle eerdere oorzaken op te lossen. Wanneer het onmiddellijke gevaar is
verdwenen, kan de situatie juridisch voldoende gestabiliseerd zijn om de politie-inzet te
beëindigen, terwijl sociaal vrijwel niets is veranderd.
Daarom kan dezelfde persoon opnieuw terugkomen:
[
\text{crisis}
\rightarrow
\text{politie stabiliseert}
\rightarrow
\text{overdracht of vertrek}
\rightarrow
\text{onderliggende situatie blijft}
\rightarrow
\text{nieuwe crisis}
]
Sterk Meridian-dossier
Wie hulp vraagt, krijgt eerst een categorie
Ondertitel
Hoe miljoenen noodoproepen, bijna 170.000 incidenten met onbegrepen gedrag en
tienduizenden meldingen van huiselijk geweld door afzonderlijke juridische poorten gaan
voordat iemand werkelijk zorg of bescherming krijgt.
De hoofdstukken kunnen worden:
1. Drieënhalf miljoen keer 112: welke oproep wordt hulp?
2. De vijftienminutennorm en de 300.000 onbereikbare contactpogingen
3. Een melding, een aangifte en een zorgvraag zijn juridisch drie verschillende
werkelijkheden
4. De persoon die tien keer terugkomt
5. Wanneer zorg verandert in dwang
6. De politie als grootste leverancier van Veilig Thuis
7. Hoe een ontbrekende woning een politie-incident wordt
8. Wie betaalt wanneer niemand eigenaar van het probleem blijft?
De kernzin van het artikel:
42
Terug naar document ↑ De politie is niet alleen de ingang van het veiligheidssysteem, maar steeds vaker de
plaats waar zichtbaar wordt welke mensen door alle eerdere ingangen van zorg,
wonen en hulpverlening zijn gevallen.
Dit dossier kan dagelijks worden gevolgd op nieuwe politiestatistieken, inspectierapporten,
uitspraken en veranderingen in de Wvggz of hulpverlening. Zal ik die monitoring instellen?
Hoe zit het met de kinderen in de catorgorie van huiselijk geweld, hoeveel daarvan werden de kinderen
behandeld en hoeveel de ouders/?
Het precieze aantal kinderen dat daadwerkelijk behandeling kreeg tegenover ouders die
behandeling kregen, wordt landelijk niet openbaar bijgehouden. De registraties van Veilig
Thuis tellen vooral meldingen, casussen, onderzoeken en overdrachten aan organisaties. Ze
volgen niet per persoon of het kind, de niet-gewelddadige ouder en de pleger daarna werkelijk
met behandeling zijn begonnen en die hebben afgemaakt.
Wat er over 2025 wel bekend is
Cijfer Aantal Wat het betekent
Meldingen bij Veilig Thuis 136.32 Meldingen, geen unieke gezinnen of
5 personen
Meldingen waarbij 68.150 Kan meerdere meldingen over hetzelfde
kindermishandeling werd genoemd kind bevatten
Casussen met melding van 50.760 Gezinscasussen, niet het aantal behandelde
kindermishandeling kinderen
Meldingen over partner- of 53.485 Kan overlappen met kindermishandeling
ex-partnergeweld
Casussen over partner- of 39.775 Kinderen in deze gezinnen kunnen ook
ex-partnergeweld betrokken zijn
Afgeronde casussen met overdracht 64.060 Overdracht betekent nog niet dat
aan hulp behandeling daadwerkelijk begon
Kindermishandeling kwam voor in ongeveer de helft van alle meldingen. Partner- of
ex-partnergeweld kwam voor in ongeveer 39 procent. Deze groepen overlappen: wanneer
43
Terug naar document ↑kinderen partnergeweld meemaken, kan dezelfde casus zowel als partnergeweld als
kindermishandeling worden geregistreerd. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Hoeveel casussen gingen richting hulp voor kinderen?
In 2025 werden 27.120 afgeronde casussen overgedragen aan een vorm van jeugdzorg:
● 16.565 naar jeugdzorg die al betrokken was;
● 10.255 naar nieuw ingezette jeugdzorg;
● 305 naar een combinatie van bestaande en nieuwe jeugdzorg.
Binnen die 27.120 overdrachten gingen onder andere 14.760 casussen naar een jeugd- of
gezinsteam, 5.850 naar een gecertificeerde instelling en 2.820 naar een jeugdhulpaanbieder.
De categorieën kunnen elkaar overlappen, omdat één casus naar meerdere organisaties kan
worden overgedragen. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Je mag daar dus niet van maken dat 27.120 kinderen behandeling kregen. Eén casus kan
meerdere kinderen bevatten, maar ook slechts één kind, en een overdracht bewijst nog niet dat
er snel een behandelaar beschikbaar was of dat het traject daadwerkelijk werd voltooid.
Daarnaast werden 450 casussen overgedragen aan jeugd-ggz. Dat is slechts één specifieke
vorm van hulp en valt niet gelijk te stellen aan alle psychologische of traumabehandeling voor
kinderen. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
Hoeveel ouders kregen hulp?
Dit is nog moeilijker vast te stellen. In de openbare cijfers bestaat geen categorie “behandelde
ouders”. Ouders kunnen terechtkomen bij:
● volwassen-ggz;
● verslavingszorg;
● huisarts;
● sociaal wijkteam;
● vrouwenopvang;
● plegerinterventies;
● relatieveiligheids- of gezinstrajecten;
● jeugdzorg die met het hele gezin werkt;
● het eigen sociale netwerk.
In 2025 werden 1.310 afgeronde casussen overgedragen aan een volwassen-ggz-instelling en
315 aan verslavingszorg. Maar niet iedere volwassene in die casussen was een ouder, en veel
ouders kregen hulp via andere kanalen die niet als volwassen-ggz zijn geregistreerd. (Centraal
Bureau voor de Statistiek)
44
Terug naar document ↑Daarnaast gingen 14.385 casussen naar een sociaal team en 14.190 naar het cliëntsysteem of
eigen netwerk. Zulke ondersteuning kan kinderen en ouders tegelijk betreffen, waardoor deze
aantallen niet over beide groepen verdeeld kunnen worden. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
De nauwkeurigste conclusie
Van de 91.105 casussen die Veilig Thuis in 2025 afsloot, hadden 64.060 minstens één
geregistreerde overdracht naar bestaande of nieuwe hulp. Dat is ongeveer zeven op de tien
afgesloten casussen. Maar Nederland publiceert niet hoeveel afzonderlijke kinderen en ouders
daarna:
1. daadwerkelijk werden toegelaten;
2. binnen een bepaalde termijn hulp kregen;
3. behandeling ontvingen;
4. het traject afmaakten;
5. daarna duurzaam veiliger waren.
De cijfers stoppen dus grotendeels bij:
melding → beoordeling → overdracht
en niet bij:
overdracht → begonnen behandeling → behandeld kind en ouder → gestopt geweld →
duurzaam herstel
Dat is inhoudelijk misschien de opvallendste ontdekking: het systeem kan nauwkeurig zeggen
hoeveel meldingen het ontvangt en waar een dossier naartoe is gestuurd, maar niet landelijk
beantwoorden hoeveel kinderen zijn behandeld, hoeveel slachtoffers bescherming kregen,
hoeveel plegers een effectief traject doorliepen en bij hoeveel gezinnen het geweld daarna
werkelijk stopte. (Centraal Bureau voor de Statistiek)
45
Terug naar document ↑Het azc als open, maar afhankelijk
systeem
Inleiding
Een asielzoekerscentrum is juridisch geen gevangenis, maar ook geen gewone woonomgeving.
Bewoners worden in een regulier azc niet opgesloten en mogen het terrein verlaten, bezoek
ontvangen en deelnemen aan het openbare leven. Tegelijkertijd kunnen zij meestal niet zelf
kiezen waar zij wonen, met wie zij een kamer delen, hoe lang zij op een locatie blijven of
wanneer zij naar een volgende plaats worden overgebracht. Hun onderdak, inkomen, zorg,
vervoer en toegang tot bepaalde vormen van werk lopen bovendien via verschillende
overheidsorganisaties en regelingen. De formele bewegingsvrijheid is daardoor aanzienlijk
groter dan in detentie, terwijl de feitelijke zelfstandigheid veel beperkter kan zijn dan bij iemand
die over een eigen woning, inkomen en stabiel netwerk beschikt.
Dat onderscheid is noodzakelijk om de veiligheid in azc’s goed te begrijpen. Alleen zeggen dat
bewoners vrij zijn, verbergt hoe afhankelijk zij van het opvangsysteem blijven. Alleen zeggen
dat zij worden opgesloten, is juridisch onjuist en maakt het verschil met
vreemdelingenbewaring, gevangenissen en de bijzondere handhavings- en toezichtlocatie
onzichtbaar. Het azc is eerder een open instelling met een sterke administratieve, financiële
en ruimtelijke afhankelijkheid.
Eind 2025 beschikte het COA over ongeveer 77.000 reguliere opvangplekken. Gedurende dat
jaar verbleven 112.745 verschillende personen voor kortere of langere tijd op een COA-locatie
of tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie. Voor de periode tot begin 2028 raamt het kabinet een
behoefte van ongeveer 88.000 gelijktijdige opvangplekken. Een regulier azc huisvest meestal
ongeveer 300 tot 1.500 mensen, maar daarnaast bestaan noodopvanglocaties in hotels,
schepen, hallen en vakantieparken, crisisnoodopvang door gemeenten, locaties voor
alleenstaande minderjarigen en locaties met een strenger toezichtregime. Die verschillende
vormen mogen niet als één uniforme werkelijkheid worden behandeld. (Rijksoverheid)
1. Hoe het systeem rondom een azc is opgebouwd
Het COA is een zelfstandig bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor onderdak,
basisvoorzieningen, begeleiding, leefbaarheid en veiligheid binnen de opvang. Het COA beslist
echter niet of iemand in Nederland mag blijven; dat doet de IND. De politie is verantwoordelijk
voor strafbare feiten en ernstige openbare-ordeproblemen, de gemeente voor de openbare orde
buiten de locatie en soms voor de exploitatie van tijdelijke opvang, gezondheidszorg wordt via
afzonderlijke zorgorganisaties geleverd, de GGD volgt de ontwikkeling en vaccinaties van
46
Terug naar document ↑kinderen, VluchtelingenWerk ondersteunt bij informatie en procedures, de Dienst Terugkeer en
Vertrek begeleidt vertrek en Nidos draagt de voogdij over alleenstaande minderjarige
vreemdelingen. (Rijksoverheid)
Een bewoner leeft daarmee niet binnen één organisatie, maar op het kruispunt van meerdere
systemen:
[
\text{opvang}
+
\text{asielprocedure}
+
\text{zorg}
+
\text{veiligheid}
+
\text{inkomen}
+
\text{onderwijs}
+
\text{eventuele terugkeer}
]
Iedere organisatie ziet een ander deel van dezelfde persoon. Het COA ziet de dagelijkse
woonsituatie en het gedrag op de locatie. De IND ziet vooral informatie die relevant is voor het
asielbesluit. De huisarts en ggz zien medische informatie, die door het medisch beroepsgeheim
niet vrij kan worden gedeeld. De politie ziet strafbare incidenten. Nidos ziet de bescherming en
ontwikkeling van minderjarigen. Gemeenten zien huisvesting, onderwijs, lokale voorzieningen
en openbare orde.
Deze taakverdeling beschermt bewoners gedeeltelijk tegen één organisatie die onbeperkte
macht over alle levensgebieden krijgt. Tegelijkertijd creëert zij overdrachtsproblemen. Wanneer
een persoon wordt verplaatst, wanneer signalen niet in dezelfde systemen staan of wanneer
onduidelijk is wie de leiding heeft, kan relevante informatie verloren gaan. De inspecties
concludeerden in april 2026 dat de uitvoeringsorganisaties nog steeds geen goede
gezamenlijke aanpak hebben voor asielzoekers met ernstige psychische problemen en
veiligheidsrisico’s. Mensen kunnen daardoor tussen zorg, opvang en veiligheidsorganisaties
terechtkomen zonder dat één partij de volledige verantwoordelijkheid kan nemen. (Inspectie
Justitie en Veiligheid)
De dagelijkse werkelijkheid van een azc wordt dus niet alleen gevormd door formele regels,
maar door de verbindingen tussen organisaties. Wanneer die verbindingen functioneren, kan
een signaal leiden tot zorg, bescherming, overplaatsing of politieoptreden. Wanneer zij niet
functioneren, kan dezelfde persoon door meerdere instanties worden gezien zonder dat de
noodzakelijke interventie werkelijk begint.
47
Terug naar document ↑2. De verschillende opvangvormen produceren
verschillende vrijheden
Een regulier azc is ontworpen voor langer verblijf en heeft doorgaans voorzieningen om zelf te
koken, kleding en persoonlijke benodigdheden te kopen, onderwijs te volgen en begeleiding te
ontvangen. Noodopvang ontstaat wanneer reguliere locaties vol zijn en heeft minder
voorzieningen. Crisisnoodopvang is oorspronkelijk bedoeld voor zeer korte perioden en kan
bestaan uit sporthallen, tenten, hotels of andere gebouwen die niet als langdurige
woonomgeving zijn ontworpen. Door het structurele capaciteitstekort verblijven mensen echter
regelmatig veel langer in tijdelijke vormen dan waarvoor die zijn ingericht. (Rijksoverheid)
Dit verschil beïnvloedt vrijheid op een diepere manier dan alleen de vraag of iemand door een
hek naar buiten kan. Een bewoner in een regulier azc kan vaak zelf koken, een relatief
voorspelbaar dagritme ontwikkelen en gebruikmaken van aanwezige organisaties. In een hotel
of hal kan iemand afhankelijk zijn van vaste maaltijdtijden, gedeeld sanitair, beperkte activiteiten
en een locatie die ver van winkels, onderwijs of openbaar vervoer ligt. De persoon mag formeel
vertrekken, maar heeft buiten de locatie mogelijk weinig geld, geen auto, beperkte kennis van
de omgeving en geen andere plaats waar hij kan verblijven.
De inspecties zagen dat de zorg en hygiëne op veel locaties inmiddels op basaal niveau
functioneren, maar dat overbezetting, tijdelijke huisvesting en herhaalde verhuizingen nog
steeds grote risico’s veroorzaken voor kinderen, zwangere vrouwen, chronisch zieken en
mensen met psychische problemen. Kinderen ervaren gebrek aan privacy, onrust en
onveiligheid; zorgtrajecten worden door verhuizingen onderbroken en mensen die op een
ggz-wachtlijst staan kunnen na een overplaatsing opnieuw achteraan komen te staan. (IGJ)
Daarmee ontstaan minstens drie verschillende betekenissen van vrijheid:
1. Juridische vrijheid: iemand mag de locatie verlaten en is niet gedetineerd.
2. Materiële vrijheid: iemand heeft geld, vervoer, tijd en mogelijkheden om buiten de
locatie werkelijk iets te doen.
3. relationele vrijheid: iemand kan keuzes maken zonder afhankelijk te zijn van de
toestemming, huisvesting of reacties van medewerkers, medebewoners en instanties.
Een regulier azc biedt vooral juridische bewegingsvrijheid. De materiële en relationele vrijheid
hangen sterk af van geld, gezondheid, taal, locatie, verblijfsstatus, beschikbare voorzieningen
en de stabiliteit van het verblijf.
3. Wat bewoners in een regulier azc wel en niet mogen
48
Terug naar document ↑Bewoners van een regulier COA-centrum hebben recht op onderdak, eten of eetgeld, geld voor
kleding en persoonlijke verzorging, medische zorg, begeleiding, bepaalde reiskosten en
onderwijs voor minderjarige kinderen. Zij kunnen klachten indienen over medebewoners,
medewerkers of de opvanglocatie. (refugeehelp.nl)
Zij mogen het terrein in beginsel verlaten. Bezoekers zijn volgens de algemene huisregels
meestal welkom tussen 08.00 en 22.00 uur en moeten zich bij de receptie melden. Tussen
22.00 en 08.00 uur gelden rustregels, maar dat is niet hetzelfde als een algemene avondklok
voor bewoners. Het is vooral een regel over geluid en bezoek. Een bewoner kan buiten de
locatie naar school, werk, vrijwilligerswerk, medische afspraken, winkels of sociale contacten
gaan, zolang hij aan zijn administratieve verplichtingen blijft voldoen. (refugeehelp.nl)
Daar staan aanzienlijke verplichtingen tegenover. Bewoners moeten de huisregels en
aanwijzingen van medewerkers volgen, zich normaal gesproken minstens wekelijks melden,
veranderingen in inkomsten doorgeven, hun woonruimte schoonhouden en COA-medewerkers
onder bepaalde omstandigheden toegang tot de kamer geven. De wettelijke regeling staat
toegang toe wanneer een redelijk vermoeden bestaat dat huisregels worden overtreden of
wanneer toegang redelijkerwijs noodzakelijk is voor het beheer van de opvang. De praktische
huisregels noemen daarnaast kamercontroles, onderhoud, reparaties en acute risico’s voor
veiligheid of volksgezondheid. (Wetten Overheid)
De bewoner beschikt daardoor niet over dezelfde zeggenschap over zijn kamer als een huurder
over een zelfstandige woning. Het COA kan bepalen dat iemand van kamer wisselt of een
nieuwe medebewoner krijgt. Bewoners mogen hun woonruimte niet vrij verbouwen, anderen er
niet laten wonen en moeten controles of noodzakelijk onderhoud toelaten. Zij delen regelmatig
slaapkamers, keukens en sanitair met mensen die zij niet zelf hebben gekozen. (refugeehelp.nl)
Wanneer iemand huisregels overtreedt, kan het COA een gesprek voeren, leefgeld
verminderen, verstrekkingen tijdelijk beperken of iemand overplaatsen naar een locatie met een
strenger regime. Bij vermoedens van een strafbaar feit kan het COA de politie inschakelen. De
maatregelen moeten volgens beleid worden afgestemd op het gedrag en de individuele
omstandigheden, maar de machtsverhouding blijft ongelijk: het COA beheert tegelijk de
woonruimte, financiële verstrekkingen, plaatsing en dagelijkse regels. (Officiële
Bekendmakingen)
4. Vrijheid om te werken en een zelfstandig leven op te
bouwen
Betaald werk is mogelijk, maar niet direct vanaf aankomst. In 2026 geldt dat de asielaanvraag in
de meeste gevallen minstens zes maanden in behandeling moet zijn en dat een werkgever een
tewerkstellingsvergunning moet aanvragen. Sinds 12 juni 2026 zijn bepaalde groepen, zoals
sommige aanvragers uit veilige landen of mensen voor wie een andere EU-lidstaat
49
Terug naar document ↑verantwoordelijk is, van betaald werk uitgesloten. De vroegere beperking van maximaal 24
werkweken per jaar bestaat niet meer. (Rijksoverheid)
Een bewoner met betaald werk betaalt bovendien een bijdrage aan de opvang. Bij de
berekening wordt 25 procent van het nettoloon tot maximaal €285 per maand vrijgelaten; het
overige inkomen kan tot de vastgestelde waarde van opvang en voorzieningen worden geïnd.
Een bewoner kan dus werken en meer financiële ruimte krijgen, maar wordt niet onmiddellijk
economisch onafhankelijk van het opvangsysteem. (Rijksoverheid)
Binnen het azc kunnen bewoners maximaal 25 uur per week werkzaamheden uitvoeren, zoals
schoonmaak of onderhoud. Daarvoor ontvangen zij €0,56 tot €1,10 per uur, met een maximum
van €14 per week. Dit is geen normaal arbeidscontract en levert geen economisch zelfstandige
positie op. Vrijwilligerswerk is wel eerder mogelijk, maar ook daarvoor gelden administratieve
voorwaarden. (Rijksoverheid)
Het gevolg is dat bewoners vaak langdurig veel vrije tijd hebben zonder volledige toegang tot
betaald werk, onderwijs of een eigen huishouden. Het WODC is inmiddels een afzonderlijk
onderzoek begonnen naar verveling in vluchtelingenopvang, juist omdat langdurige passiviteit
mogelijk samenhangt met welzijn, spanningen en gedrag. Dat verband is nog onderwerp van
onderzoek en mag dus niet als vaststaande oorzaak van incidenten worden gepresenteerd.
(WODC)
Formeel mag iemand zich vrij bewegen, maar de mogelijkheden waarmee die vrijheid inhoud
krijgt zijn beperkt. Wie nauwelijks geld heeft, niet mag werken, geen stabiel onderwijs volgt en
op een afgelegen locatie woont, heeft juridisch de mogelijkheid om te vertrekken maar weinig
alternatieve structuren waarin hij zijn dag kan organiseren.
5. Het azc is open, maar de plaatsing is niet vrij
Een bewoner kiest doorgaans niet zelf in welke regio of locatie hij wordt opgevangen. Het COA
bepaalt de plaatsing op basis van beschikbare capaciteit, procedurefase, gezinssamenstelling
en bijzondere behoeften. Overplaatsing mag volgens de actuele regeling alleen plaatsvinden
wanneer dit noodzakelijk is, maar de aanhoudende noodopvang en sluiting van tijdelijke locaties
leiden nog steeds tot veel verhuizingen. (Wetten Overheid)
Dit veroorzaakt een vreemde combinatie. De bewoner mag dagelijks buiten de opvang komen,
maar heeft weinig invloed op de geografische plaats van waaruit zijn hele leven wordt
georganiseerd. Een overplaatsing kan betekenen dat kinderen van school veranderen, een
huisarts of behandelaar verdwijnt, vrijwilligerswerk stopt, sociale relaties worden verbroken en
iemand opnieuw moet leren waar voorzieningen zijn. De IGJ constateerde dat vooral ggz-zorg
hierdoor niet wordt gestart, onderbroken raakt of na verhuizing opnieuw op een wachtlijst
terechtkomt. (IGJ)
50
Terug naar document ↑Een arts kan een tijdelijke medische blokkade adviseren om verhuizing te voorkomen wanneer
continuïteit van zorg noodzakelijk is, maar deze mogelijkheid is volgens de inspectie niet overal
voldoende bekend. De feitelijke vrijheid om ergens te blijven is daarmee niet alleen afhankelijk
van de wens van de bewoner, maar van medische erkenning, beschikbare plekken en
besluitvorming binnen het COA. (IGJ)
Het opvangsysteem beschermt dus de vrijheid om een terrein te verlaten, maar niet zonder
meer de vrijheid om een stabiele territoriale en sociale positie op te bouwen.
6. Hoe veiligheid formeel wordt georganiseerd
Op iedere opvanglocatie is volgens de Rijksoverheid dag en nacht beveiliging aanwezig.
COA-medewerkers en beveiligers moeten spanningen signaleren, bewoners op gedrag
aanspreken, incidenten registreren en bij ernstige gebeurtenissen de politie inschakelen. De
burgemeester blijft verantwoordelijk voor de openbare orde binnen de gemeente en de politie
onderzoekt strafbare feiten. (Rijksoverheid)
Het COA is echter geen politieorganisatie. Medewerkers kunnen huisregels handhaven en
opvangmaatregelen opleggen, maar zij kunnen niet dezelfde opsporingsmiddelen gebruiken als
de politie, geen strafrechtelijk onderzoek uitvoeren en niemand zelfstandig veroordelen. Bij een
mogelijke aanranding, mishandeling of bedreiging kan het COA de betrokkenen scheiden, een
overplaatsing organiseren, een interne maatregel opleggen en melding of aangifte doen, maar
het strafrechtelijke bewijs en de vervolgingsbeslissing liggen bij politie en Openbaar Ministerie.
(Tweede Kamer)
Dit levert een structurele tussenruimte op. Een gedraging kan ernstig genoeg zijn om een
medebewoner onveilig te laten voelen, maar nog niet voldoende bewezen zijn voor
strafrechtelijk optreden. Het COA moet dan handelen binnen een woon- en begeleidingskader,
terwijl het geen gespecialiseerde onderzoeksinstantie is. Bij herhaalde intimidatie, subtiele
bedreiging of sociale controle kan het daarom moeilijk zijn om vast te stellen welke maatregel
gerechtvaardigd en uitvoerbaar is.
De aanwezigheid van beveiliging betekent bovendien niet dat iedere interactie wordt
waargenomen. Mensen slapen in kamers, gebruiken gedeeld sanitair, bewegen buiten de
locatie en hebben onderlinge relaties die voor medewerkers maar gedeeltelijk zichtbaar zijn.
Permanente observatie van alle privéruimten zou zelf een zware schending van privacy en
vrijheid zijn. Het systeem moet dus tegelijkertijd toezicht houden en privéleven mogelijk maken,
terwijl juist in niet-geobserveerde ruimten mishandeling, seksuele intimidatie of huiselijk geweld
kan plaatsvinden.
51
Terug naar document ↑7. Wat de cijfers over geweld werkelijk laten zien
In 2025 registreerde het COA 17.750 incidenten die vielen onder fysieke, verbale of non-verbale
agressie en geweld, suïcidedreiging of zelfdestructief gedrag. Van de 112.745 personen die
gedurende dat jaar op een COA- of tijdelijke gemeentelijke locatie verbleven, was ongeveer 11
procent minstens eenmaal bij zo’n incident betrokken. Ongeveer 44 procent van de
geregistreerde incidenten betrof verbale agressie, 35 procent fysieke agressie, 9 procent
suïcidedreiging, 7 procent non-verbale agressie en 5 procent zelfdestructief gedrag. Ongeveer 3
procent van alle bewoners werd tijdens het verblijf verdacht van een misdrijf. (WODC)
Deze cijfers bewijzen twee zaken tegelijk. Er is een reëel en omvangrijk veiligheidsprobleem,
omdat tienduizenden incidenten niet kunnen worden afgedaan als enkele uitzonderingen.
Tegelijkertijd was het overgrote deel van de bewoners niet geregistreerd als verdachte en
evenmin als betrokkene bij een agressie- of geweldsincident. De cijfers ondersteunen dus noch
het beeld dat azc’s vanzelf volledig veilig zijn, noch het beeld dat de meeste bewoners geweld
gebruiken. (WODC)
Voor seksuele misdrijven registreerde de politie in 2025 130 verdachten onder COA-bewoners.
Dat cijfer omvat misdrijven binnen én buiten de opvang, betreft verdenkingen en geen
veroordelingen en zegt niet hoeveel slachtoffers in azc’s woonden. Het kan daarom niet worden
gebruikt als een rechtstreeks cijfer voor seksueel geweld binnen opvanglocaties. (WODC)
Het grootste statistische probleem is dat de landelijke monitor vooral incidenten, betrokkenen
en verdachten meet, niet de volledige slachtofferkant. Zij geeft geen landelijk antwoord op:
● hoeveel afzonderlijke bewoners slachtoffer zijn geworden;
● hoeveel slachtoffers herhaaldelijk zijn belaagd;
● hoeveel incidenten niet zijn gemeld;
● hoeveel slachtoffers na een melding werden overgeplaatst;
● hoeveel meldingen tot bescherming, aangifte, onderzoek of veroordeling leidden;
● hoeveel kinderen of vrouwen langdurig hun bewegingsgedrag aanpasten uit angst;
● hoeveel incidenten door medewerkers of ingehuurde beveiligers zijn veroorzaakt.
Daardoor is het niet mogelijk een betrouwbaar landelijk percentage te geven voor “de kans dat
een bewoner wordt mishandeld”. De overheid weet relatief veel over geregistreerd
probleemgedrag, maar aanzienlijk minder over de volledige ervaring en latere veiligheid van
slachtoffers.
8. Is mishandeling binnen een azc gemakkelijk mogelijk?
Juridisch is mishandeling niet gemakkelijker toegestaan dan buiten een azc. Het strafrecht, het
verbod op discriminatie, de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de
52
Terug naar document ↑mogelijkheid om politie in te schakelen gelden ook op opvanglocaties. Er is 24-uursbeveiliging
en het COA kan maatregelen nemen tegen overlastgevers. (Rijksoverheid)
Structureel bestaan er echter omstandigheden die mishandeling, intimidatie of uitbuiting
mogelijk kunnen maken en de ontdekking ervan kunnen vertragen. Dat betekent niet dat geweld
onvermijdelijk is, maar wel dat de omgeving specifieke kwetsbaarheden produceert.
Gedeelde ruimte zonder zelfgekozen relaties
Bewoners kunnen een kamer, keuken en sanitair delen met mensen die zij niet kennen en niet
zelf hebben gekozen. Het COA kan nieuwe bewoners op een kamer plaatsen en verwacht in
beginsel dat bewoners een deel van hun dagelijkse onderlinge problemen zelf oplossen. Bij
gewone meningsverschillen is dat logisch; bij bedreiging, psychische ontregeling of een grote
machtsongelijkheid kan die verwachting onrealistisch worden. De Nationale ombudsman stelde
al in een eerdere zaak vast dat het COA actief moet ingrijpen wanneer redelijkerwijs niet
verwacht kan worden dat medebewoners een probleem zelfstandig oplossen. (refugeehelp.nl)
Afhankelijkheid van dezelfde organisatie waarbij wordt geklaagd
Een bewoner die over een medewerker, kamerindeling of veiligheidsbesluit klaagt, blijft voor
onderdak, leefgeld, plaatsing en dagelijkse begeleiding afhankelijk van het COA. Dat betekent
niet dat medewerkers klachten bestraffen, maar de objectieve afhankelijkheid kan de drempel
om te klagen verhogen. Voor iemand die het Nederlandse systeem, de taal en zijn rechten
nauwelijks kent, kan het moeilijk zijn te onderscheiden welke medewerker alleen begeleiding
geeft, wie een formeel besluit kan nemen en waar een onafhankelijke klacht kan worden
ingediend.
Taal en bewijs
Subtiele intimidatie, seksuele druk, huiselijk geweld en bedreiging zijn moeilijk te bewijzen
wanneer er geen getuigen of opnamen zijn. Opnamen van anderen zijn op de locaties
bovendien om privacyredenen verboden. Slachtoffers kunnen afhankelijk zijn van een tolk of
van iemand uit dezelfde taalgemeenschap, terwijl juist binnen die gemeenschap sociale druk
kan bestaan. Dit is een structurele gevolgtrekking uit de woon- en klachtensituatie; er is geen
landelijke meting die bepaalt hoe vaak taalafhankelijkheid daadwerkelijk tot het uitblijven van
een melding leidt. (refugeehelp.nl)
Onzekerheid over verblijfsstatus
Een bewoner kan vrezen dat contact met politie, conflicten of een interne registratie gevolgen
heeft voor zijn procedure, ook wanneer die vrees juridisch niet terecht is. Het COA stimuleert
bewoners om strafbare feiten te melden, maar perceptie en juridische werkelijkheid kunnen
uiteenlopen. Wanneer iemand niet precies weet welke informatie bij de IND terechtkomt, kan
onzekerheid het gedrag beïnvloeden.
53
Terug naar document ↑Tijdelijke aanwezigheid
Wanneer bewoners veelvuldig worden overgeplaatst, wordt het moeilijker voor medewerkers,
docenten en zorgverleners om langdurige patronen te herkennen. Een losse verwonding,
gedragsverandering of schoolafwezigheid kan op zichzelf weinig zeggen; de betekenis wordt
duidelijker wanneer dezelfde professionals iemand langer volgen. De inspecties wijzen juist
voor kinderen, zwangere vrouwen en mensen met psychische problemen op het verlies van
continuïteit door de vele verhuizingen. (IGJ)
De nauwkeurigste conclusie is daarom:
Mishandeling is in een azc niet wettelijk gemakkelijker toegestaan, maar een
combinatie van gedeelde woonruimte, geringe privacy, afhankelijkheid,
taalverschillen, onzekere verblijfsposities en onderbroken professionele relaties kan
de gelegenheid, verborgenheid en meldingsdrempel vergroten.
Hoe vaak dit daadwerkelijk gebeurt, kan uit de huidige landelijke registraties niet volledig
worden vastgesteld.
9. Vrouwen, seksuele intimidatie en bewegingsvrijheid
Alleenstaande vrouwen worden volgens het kabinet niet op een kamer met alleenstaande
mannen geplaatst. Het COA probeert hen kamers toe te wijzen waar zij zoveel mogelijk
veiligheid ervaren. Bij signalen van strafbare seksuele gedragingen wordt melding of aangifte bij
de politie gedaan en kan het COA aanvullende maatregelen nemen. (Tweede Kamer)
Toch is kamerscheiding geen volledige bescherming. De overige delen van een opvanglocatie
— gangen, keukens, buitenruimten, wachtruimten en vervoer — worden door verschillende
groepen gedeeld. Wanneer een vrouw bepaalde ruimten, tijden of routes gaat vermijden
vanwege opmerkingen, intimidatie of angst, blijft zij juridisch vrij om zich te bewegen maar
neemt haar feitelijke bewegingsvrijheid af.
In Kamervragen uit 2026 werd expliciet gevraagd naar meldingen dat vrouwen en gezinnen zich
door intimidatie en seksuele intimidatie niet vrij konden bewegen. De minister ontkende niet dat
deze zorgen bestaan, maar gaf geen landelijk slachtoffercijfer en verwees naar bescherming,
maatregelen en de strafrechtelijke route. Dat laat opnieuw een dataprobleem zien: het bestaan
van signalen wordt erkend, maar de omvang, herhaling en uitkomst worden niet systematisch
openbaar gevolgd. (Tweede Kamer)
Een interne maatregel kan bovendien een andere functie hebben dan strafrecht. Een tijdelijke
overplaatsing kan direct afstand creëren, maar bewijst geen schuld en vervangt geen
politieonderzoek. Andersom kan een strafrechtelijk onderzoek lang duren, terwijl een slachtoffer
54
Terug naar document ↑onmiddellijk een veilige woonruimte nodig heeft. Het systeem moet daardoor twee verschillende
vragen tegelijk beantwoorden:
[
\text{Wat kan strafrechtelijk worden bewezen?}
]
en:
[
\text{Wat is nu nodig om iemand veilig te laten wonen?}
]
Wanneer deze vragen met elkaar worden verward, kan het slachtoffer onvoldoende worden
beschermd omdat nog geen strafrechtelijk bewijs bestaat, of kan een verdachte feitelijk worden
bestraft zonder voldoende procedurele waarborgen. De scheiding tussen tijdelijke bescherming
en definitieve schuldvaststelling moet daarom zichtbaar blijven.
10. Huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de
opvang
Het COA valt onder de wettelijke meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling.
Medewerkers moeten signalen herkennen, de stappen van de meldcode doorlopen en zo nodig
Veilig Thuis inschakelen. Zij zijn echter geen permanente gezinsbehandelaars en zien niet alles
wat zich in een woonruimte of relatie afspeelt. (Bert Hubert)
In een azc kunnen gezinnen langdurig in één of enkele kamers wonen, met weinig mogelijkheid
voor een slachtoffer om zich fysiek terug te trekken. Een partner kan dezelfde kamer, financiële
middelen, taal en sociale contacten delen. Wanneer iemand financieel en administratief
onderdeel is van één gezin, kan het beëindigen van de relatie direct vragen oproepen over
kamerplaatsing, opvangrecht en de zorg voor kinderen.
Kinderen staan daarnaast bloot aan spanningen die niet noodzakelijk als directe mishandeling
worden geregistreerd: lawaai, ruzies, onvoorspelbare verhuizingen, gebrek aan speelruimte,
conflicten tussen volwassenen en psychische problemen van ouders of medebewoners. De IGJ
noemt de situatie voor kinderen in noodopvang onaanvaardbaar en waarschuwt voor ernstige,
mogelijk blijvende gezondheidsschade door gebrek aan stabiliteit, privacy, onderwijscontinuïteit
en veiligheid. (IGJ)
Bij alleenstaande minderjarigen is de bescherming anders georganiseerd. Nidos is zowel voogd
als, voor een deel van de jongeren, organisator en begeleider van opvanggezinnen. De IGJ
stelde in 2025 vast dat veiligheidsafwegingen en risicotaxaties onvoldoende systematisch
55
Terug naar document ↑werden toegepast en dossiers niet altijd goed werden bijgehouden. De inspectie wees
bovendien op een institutioneel risico in de dubbelrol: dezelfde organisatie begeleidt het
opvanggezin en moet beoordelen of de opvang veilig functioneert. Het screeningsproces vooraf
verliep volgens de inspectie goed, maar de begeleiding en onafhankelijke controle erna
moesten verbeteren. (IGJ)
Dit betekent niet dat mishandeling in opvanggezinnen of amv-locaties algemeen voorkomt. Het
betekent dat de inrichting van het toezicht onvoldoende zekerheid bood dat onveiligheid overal
tijdig werd herkend en onafhankelijk werd beoordeeld.
11. Psychische ontregeling als veiligheidsprobleem
Een azc is geen psychiatrische instelling. COA-medewerkers begeleiden bewoners, maar
diagnosticeren of behandelen geen ernstige psychische aandoeningen. Tegelijkertijd wonen op
de locaties mensen met oorlogservaringen, vluchttrauma’s, verslaving, onzekerheid en soms
ernstige psychiatrische problemen. Wanneer specialistische zorg ontbreekt, blijft de persoon in
een omgeving die niet voor behandeling is ingericht. (IGJ)
De inspecties beschreven in 2026 dat de reguliere ggz onvoldoende is toegerust voor
asielzoekers met een combinatie van ernstige psychische problemen en veiligheidsrisico’s. Er
zijn te weinig gespecialiseerde behandelplekken, de verblijfsstatus beïnvloedt op welke zorg
iemand aanspraak heeft en organisaties begrijpen de regels niet altijd hetzelfde. Het gevolg kan
zijn dat mensen uit beeld verdwijnen of een risico vormen voor zichzelf of hun omgeving. (IGJ)
Hierdoor kan een oorspronkelijk zorgprobleem veranderen in een veiligheidsincident:
[
\text{psychische ontregeling}
\rightarrow
\text{onvoldoende passende zorg}
\rightarrow
\text{gedrag op de opvanglocatie}
\rightarrow
\text{beveiliging of politie}
\rightarrow
\text{interne maatregel of overplaatsing}
]
De persoon wordt dan bestuurlijk verwerkt op basis van het zichtbaar geworden gedrag, terwijl
de onderliggende aandoening niet door het opvangsysteem kan worden behandeld. Voor
medebewoners kan dit reële angst en gevaar opleveren. Voor de betrokken persoon kan het
betekenen dat hij wordt gesanctioneerd voor gedrag dat mede door een onbehandelde
aandoening wordt veroorzaakt.
56
Terug naar document ↑Dit is een belangrijk verschil met een kliniek. Een kliniek heeft behandelaren, wettelijke
zorgkaders en een omgeving die is ingericht op patiënten met specifieke risico’s. Een azc heeft
woonbegeleiders, beveiliging en algemene gezondheidszorg. Wanneer de ggz geen plek biedt,
wordt het azc feitelijk gevraagd een zorg- en veiligheidsprobleem te dragen waarvoor het
juridisch en professioneel niet volledig is ingericht.
12. Ter Apel als extreem voorbeeld, niet als normaal azc
Ter Apel combineert registratie, aanmelding, tijdelijke opvang en doorplaatsing en staat
daardoor onder veel grotere druk dan een gewoon regulier azc. De Inspectie Justitie en
Veiligheid concludeerde in 2024 dat bewoners en medewerkers binnen de hekken een
onaanvaardbaar risico liepen om slachtoffer te worden van geweld en dat COA, beveiliging en
politie de veiligheid onvoldoende konden garanderen. (Inspectie Justitie en Veiligheid)
In april 2026 stelde de inspectie vast dat de situatie was verbeterd door betere registratie,
aangepaste begeleiding, centrale veiligheidscoördinatie en een duidelijker veiligheidsbeleid. De
toestand bleef echter kwetsbaar en er kwamen nog te veel meldingen van geweld binnen. Van
september tot en met december 2025 verbleven op 39 dagen meer dan de afgesproken 2.000
mensen op de locatie. Door een landelijk tekort aan plekken konden bewoners, waaronder
mensen die overlast veroorzaakten, onvoldoende worden doorgeplaatst. (Inspectie Justitie en
Veiligheid)
Ter Apel laat zien hoe capaciteit en veiligheid met elkaar verbonden raken. Wanneer een locatie
niet kan doorplaatsen, verblijven meer mensen langer op een terrein dat voor kortdurende
aanmelding is ontworpen. Medewerkers moeten dan tegelijk registratie, begeleiding, opvang,
conflicthantering en kwetsbaarheidssignalering uitvoeren. Meer beveiliging kan de acute
gevolgen verminderen, maar lost de ontbrekende uitstroom niet op.
Het zou onjuist zijn de situatie in Ter Apel als beschrijving van ieder azc te gebruiken. Reguliere
locaties kunnen kleiner, stabieler en beter ingebed zijn. Ter Apel toont wel wat er gebeurt
wanneer verschillende functies, bewonersgroepen en procedurefasen onder hoge druk op
dezelfde plaats worden samengebracht.
13. De bijzondere grenssituatie van de HTL
De handhavings- en toezichtlocatie in Hoogeveen is geen regulier azc. Bewoners vanaf zestien
jaar kunnen er tijdelijk worden geplaatst na ernstige of herhaalde overlast. Er geldt een
gebiedsgebod, bewoners krijgen geen gewoon leef- en eetgeld, moeten een verplicht
dagprogramma volgen en mogen het terrein feitelijk niet verlaten zolang zij van de HTL-opvang
gebruikmaken. De locatie is semi-gesloten, maar juridisch geen gevangenis. (Rijksoverheid)
57
Terug naar document ↑De Raad van State oordeelde dat verblijf in de HTL en zelfs verblijf in een afzonderlijke
ROV-kamer geen formele vrijheidsontneming is, omdat iemand de opvang vrijwillig kan verlaten
zonder dat dit strafbaar is of de latere asielprocedure en toekomstige opvangrechten aantast.
Die juridische redenering berust dus op de mogelijkheid om afstand te doen van het
aangeboden verblijf, niet op de aanwezigheid van normale bewegingsvrijheid tijdens dat verblijf.
(Raad van State)
Dit laat een fundamenteel onderscheid zien:
Iemand kan juridisch vrij zijn om een regime te verlaten, terwijl het enige
onmiddellijke alternatief bestaat uit het verlies van onderdak en voorzieningen.
De Inspectie Justitie en Veiligheid meldde in april 2026 dat eerdere onderzoeken
buitenproportioneel geweld door COA-medewerkers hadden vastgesteld. Sindsdien zijn
bevoegdheden verduidelijkt en is een onafhankelijke klachtadviescommissie ingericht, maar de
inspectie vond de rechtspositie nog steeds onvoldoende duidelijk. Het was niet helder welke
sancties precies bij welk gedrag horen en wanneer verbetering voldoende is om vrijheden terug
te krijgen. Ook vond de inspectie de HTL ongeschikt voor minderjarigen. (Inspectie Justitie en
Veiligheid)
De HTL is daarmee het sterkste voorbeeld van een gebied tussen opvang, straf en zorg. De
bewoners zijn niet veroordeeld tot detentie, maar leven onder een zwaar beheersregime. De
medewerkers zijn geen gevangenisbewaarders of psychiaters, maar moeten wel omgaan met
ernstige agressie, verslaving en psychische problemen. Juist doordat de locatie niet volledig
onder het gevangenisrecht of zorgrecht valt, kunnen onduidelijke grenzen ontstaan rond dwang,
sancties en rechtsbescherming.
14. Mishandeling door medewerkers en beveiligers
Er is geen bewijs dat mishandeling door medewerkers in reguliere azc’s een algemeen of
systematisch verschijnsel is. Het is daarom niet verantwoord om vanuit incidenten in één
bijzondere locatie te concluderen dat COA-medewerkers als groep bewoners mishandelen.
Wel bestaan er structurele machtsrisico’s. Medewerkers kunnen kamers betreden, maatregelen
rapporteren, invloed hebben op overplaatsingen en bepalen hoe een incident intern wordt
geïnterpreteerd. Beveiligers kunnen iemand aanspreken, verwijderen uit een situatie en bij
gevaar fysiek ingrijpen. Wanneer de grenzen van die bevoegdheden onduidelijk zijn, ontstaat
ruimte voor disproportioneel handelen.
De HTL toont dat dit risico reëel kan worden: daar stelde de inspectie eerder
buitenproportioneel geweld vast. De latere verbetering kwam juist door duidelijker
bevoegdheden, bewustwording, externe controle en een onafhankelijke klachtencommissie.
(Inspectie Justitie en Veiligheid)
58
Terug naar document ↑In een regulier azc is de beste bescherming daarom niet alleen de afwezigheid van slechte
medewerkers, maar een structuur waarin:
● bevoegdheden duidelijk zijn;
● interventies worden geregistreerd;
● bewoners onafhankelijk kunnen klagen;
● camerabeelden of getuigen beschikbaar zijn waar dat rechtmatig kan;
● medewerkers elkaar kunnen aanspreken;
● externe inspecties toegang hebben;
● maatregelen schriftelijk en juridisch toetsbaar zijn.
Zonder zulke structuren hangt bescherming te sterk af van de individuele integriteit van degene
die op dat moment macht uitoefent.
15. Klagen, aangifte doen en werkelijk bescherming
krijgen
Een bewoner kan bij het COA klagen over medewerkers, medebewoners, huisvesting of de
behandeling van een incident. Een officiële klacht moet worden behandeld. Wanneer iemand er
met het COA niet uitkomt, kan hij na de interne procedure naar de Nationale ombudsman. Bij
een strafbaar feit kan aangifte of melding bij de politie worden gedaan. VluchtelingenWerk kan
ondersteuning bieden bij het begrijpen van procedures en rechten. (refugeehelp.nl)
Deze formele routes zijn belangrijk, maar lossen niet automatisch het acute woonprobleem op.
Een klachtprocedure onderzoekt of het COA behoorlijk heeft gehandeld; zij biedt niet altijd direct
een andere kamer of locatie. Een aangifte opent mogelijk een strafrechtelijk proces, maar
garandeert geen vervolging en kan maanden duren. Een overplaatsing kan het slachtoffer direct
uit de situatie halen, maar verbreekt ook school, behandeling, werk en sociale contacten.
De zaak van een bedreigde azc-bewoner die in 2024 door de Nationale ombudsman werd
beoordeeld, laat zien hoe ingewikkeld dit kan zijn. De man stelde dat medebewoners hem
bedreigden en dat het COA onvoldoende optrad; de ombudsman onderzocht vervolgens vooral
of het COA de klacht behoorlijk had behandeld en welke acties waren ondernomen. De
klachtenprocedure beantwoordt daarmee de vraag of de organisatie zorgvuldig reageerde,
maar niet noodzakelijk of iedere bedreiging feitelijk bewezen was of de persoon daarna
duurzaam veilig leefde. (nationaleombudsman.nl)
De keten bestaat uit afzonderlijke beslissingen:
[
\text{onveiligheid ervaren}
\rightarrow
59
Terug naar document ↑\text{melding}
\rightarrow
\text{interne beoordeling}
\rightarrow
\text{eventuele scheiding of maatregel}
\rightarrow
\text{aangifte}
\rightarrow
\text{politieonderzoek}
\rightarrow
\text{eventuele vervolging}
]
Op ieder overgangspunt kan informatie verloren gaan of anders worden geïnterpreteerd. Een
medewerker kan iets als conflict zien, het slachtoffer als bedreiging en de politie als een zaak
met onvoldoende bewijs. Die verschillen hoeven niet voort te komen uit kwade wil; iedere
instantie gebruikt een ander criterium. Voor het slachtoffer kan de uitkomst desondanks zijn dat
de ervaren onveiligheid blijft bestaan.
16. De historische en financiële structuur achter de
huidige opvang
Het COA bestaat sinds 1994 en is organisatorisch ingericht om opvangcapaciteit te kunnen
vergroten en verkleinen wanneer de instroom verandert. In 2016 werd na een lagere instroom
besloten duizenden plaatsen af te bouwen en ongeveer duizend tijdelijke contracten niet te
verlengen. De organisatie beschreef die tijdelijke personeelslaag destijds expliciet als een
flexibele schil waarmee krimp kon worden opgevangen. (Werken bij COA)
Die flexibiliteit is financieel begrijpelijk: structureel lege gebouwen en personeel kosten geld. Zij
heeft echter een langetermijnprijs. Wanneer capaciteit wordt afgebouwd, verdwijnen locaties,
ervaren medewerkers, lokale samenwerkingsverbanden en organisatorisch geheugen. Bij een
nieuwe stijging moet vervolgens snel worden opgeschaald met hotels, schepen, hallen, tijdelijke
beveiligers en locaties die minder geschikt zijn voor langdurig wonen.
Dat betekent niet dat de afbouw van 2016 rechtstreeks de problemen van 2026 heeft
veroorzaakt. Wel illustreert zij de terugkerende bestuurslogica:
[
\text{lagere bezetting}
\rightarrow
\text{afbouw vaste capaciteit}
\rightarrow
60
Terug naar document ↑\text{nieuwe stijging}
\rightarrow
\text{noodopvang}
\rightarrow
\text{hogere organisatorische instabiliteit}
]
Voor 2025 ontving het COA €3,9 miljard voor aanvullende opvang, waarvan €1,5 miljard
bestemd was voor crisisnoodopvang. Een aanzienlijk deel van het beschikbare geld ging dus
niet alleen naar duurzame reguliere locaties, maar naar de instandhouding van tijdelijke
capaciteit. (Rijksoverheid)
De financiële prikkel ligt verdeeld over meerdere overheden. Het Rijk financiert het COA,
gemeenten leveren grond en voorzieningen, zorgorganisaties betalen of leveren medische zorg,
onderwijs wordt apart georganiseerd en politie-inzet valt onder de veiligheidsbegroting.
Wanneer slechte opvang psychische klachten verergert, schooluitval veroorzaakt of tot
politie-incidenten leidt, verschijnen de latere kosten op een andere begroting dan die van de
oorspronkelijke opvanglocatie.
Daardoor kan een goedkope of snel geopende locatie administratief efficiënt lijken, terwijl zij
maatschappelijk hogere kosten produceert door verhuizingen, gezondheidsproblemen,
beveiliging, onderwijswisselingen en verlies van participatie. Een volledige kostenanalyse zou
deze vervolgkosten moeten meenemen; de reguliere begrotingsindeling doet dat maar
gedeeltelijk.
17. Het azc als systeem van informatie en macht
De veiligheid van een azc wordt uiteindelijk bepaald door de vraag welke informatie wordt
gezien, hoe zij wordt geclassificeerd en wie bevoegd is om daarop te handelen.
Een bewoner registreert bijvoorbeeld angst of dreiging. Om institutioneel werkelijk te worden,
moet deze ervaring worden vertaald naar een melding die een medewerker begrijpt. De
medewerker moet bepalen of het gaat om een woonconflict, intimidatie, huiselijk geweld,
psychische ontregeling of een mogelijk strafbaar feit. Daarna moet worden gekozen tussen
gesprek, kamerwissel, interne maatregel, zorg, Veilig Thuis of politie. De volgende organisatie
beoordeelt dezelfde informatie opnieuw vanuit haar eigen wettelijke taak.
De keten is:
[
\text{ervaring}
\rightarrow
\text{vertaling}
61
Terug naar document ↑\rightarrow
\text{registratie}
\rightarrow
\text{institutionele categorie}
\rightarrow
\text{bevoegdheid}
\rightarrow
\text{interventie}
]
De oorspronkelijke ervaring kan onderweg van betekenis veranderen. “Ik durf ’s avonds niet
meer naar de keuken” kan administratief worden geregistreerd als een conflict tussen
bewoners. “Mijn partner controleert mijn telefoon” kan onvoldoende concreet lijken voor
politieoptreden, maar wel deel zijn van een patroon van huiselijk geweld. “Deze bewoner
reageert agressief” kan een veiligheidsregistratie worden, terwijl de onderliggende oorzaak een
onbehandelde psychose is.
Macht bevindt zich daarom niet alleen bij degene die fysiek geweld kan gebruiken. Zij bevindt
zich ook bij degene die bepaalt in welke categorie een gebeurtenis terechtkomt. De categorie
bepaalt welke instantie verantwoordelijk wordt, welk bewijs nodig is en welke maatregel
mogelijk is.
Een opvangsysteem wordt veiliger wanneer meerdere informatielagen naast elkaar blijven
bestaan:
● wat de bewoner zelf ervaart;
● wat medewerkers feitelijk hebben waargenomen;
● welke medische of relationele context bekend is;
● welke huisregel mogelijk is overtreden;
● of sprake kan zijn van een strafbaar feit;
● welke onmiddellijke bescherming noodzakelijk is;
● welke feiten nog onzeker zijn.
Wanneer één interpretatie te vroeg alle andere verdringt, kan een werkelijk veiligheidsprobleem
als gewone ruzie worden behandeld, of kan een kwetsbare persoon uitsluitend als
overlastgever worden verwerkt.
Conclusie
Een regulier azc is geen gesloten inrichting. Bewoners mogen het terrein verlaten, bezoek
ontvangen, onderwijs volgen, vrijwilligerswerk doen en onder voorwaarden betaald werken. Zij
leven niet onder een algemeen strafrechtelijk detentieregime.
62
Terug naar document ↑Hun vrijheid blijft echter sterk begrensd door de structuur van de opvang. Zij kiezen hun locatie
en medebewoners meestal niet, moeten zich melden, aanwijzingen volgen, controles van hun
woonruimte dulden en kunnen bij overtredingen financiële maatregelen of overplaatsingen
krijgen. Hun inkomen is laag, betaald werk is niet direct toegankelijk en verhuizingen kunnen
zorg, onderwijs en sociale relaties verbreken.
Mishandeling is binnen een azc niet toegestaan en er bestaan beveiliging, huisregels, politie,
meldcodes, klachtenprocedures en externe inspecties. Tegelijkertijd maken gedeelde kamers,
beperkte privacy, taalverschillen, afhankelijkheid, psychische problematiek, tijdelijke locaties en
versnipperde verantwoordelijkheid het mogelijk dat intimidatie, geweld of verwaarlozing ontstaat
en niet onmiddellijk volledig wordt herkend.
De grootste kennisleemte is niet het aantal geregistreerde incidenten. Dat wordt inmiddels
jaarlijks uitgebreid bijgehouden. De leemte ligt bij de slachtofferkant: Nederland publiceert niet
systematisch hoeveel bewoners slachtoffer worden, hoeveel meldingen tot onmiddellijke
bescherming leiden, hoeveel mensen na een klacht nog met dezelfde bedreiging leven, hoeveel
geweld verborgen blijft en hoeveel slachtoffers door een overplaatsing hun school, behandeling
of sociale omgeving verliezen.
De diepste tegenstelling van het systeem is daardoor:
Het azc moet tegelijk een open woonomgeving, een veilige instelling, een tijdelijk
administratief tussenstation en een opvangplaats voor zeer kwetsbare mensen zijn,
terwijl het niet de bevoegdheden van een gevangenis, de behandelmogelijkheden
van een kliniek of de autonomie van een gewone woning heeft.
Wanneer capaciteit, zorg en personele continuïteit voldoende zijn, kan die tussenpositie
functioneren. Wanneer locaties overvol raken, mensen vaak verhuizen en gespecialiseerde hulp
ontbreekt, verandert dezelfde open structuur in een omgeving waarin bewoners juridisch vrij
zijn, maar praktisch weinig mogelijkheden hebben om zichzelf aan onveiligheid, afhankelijkheid
of langdurige onzekerheid te onttrekken.
Een maandelijkse monitor kan nieuwe inspectierapporten, incidentcijfers, klachtenzaken en
veranderingen in de opvangregels aan dit dossier toevoegen.
63
Terug naar document ↑